Een leuke dag.

Kinderen! Ze verrijken je leven, mijns inziens <3. Echter, ze laten je ook wel eens met een kant van jezelf in aanraking komen, waar je niet van wist dat je ‘m had. Kinderen luisteren namelijk wel eens niet. Tot grote ergernis aan toe. En ze proberen hun zin wel eens door te drammen. En ze gaan wel eens op hun manier door het lint. Ook weleens  “en public”.

Vanmiddag was ik vrij en was met beide meiden nog even naar de stad. Ik had de auto net geparkeerd en ik liep met de jongste telg in de buggy, in de regen, van de auto weg en was in de veronderstelling dat de oudste met ons mee liep. Zelf ook met een buggy. Een poppen-buggy die zij persé (PERSÉ!!) mee moest en zou nemen van huis. Ok, maar ik had haar laten weten dat het dan dus háár verantwoordelijkheid was; die poppen-buggy. Ik was inmiddels een meter of tien verder, tot ik  besefte dat ze niet met ons mee liep. Ik keek om en zag haar mokken. Ik hoorde mezelf roepen (toen al enigzins geïrriteerd): “Wat ís er nou?”. Mevrouwtje was niet happy. Ze was niet happy met de poppen-buggy meenemen. Ze was niet happy en die zure poppen-buggy moest nú al terug in de auto. Ze was niet happy met de regen. Ze was niet happy dat ik al tien meter verder was. Kortom…..!!!! Ik besloot het een beetje te negeren en wachtte geduldig af. Toen het geduld bijna op was, deed ik de “3-2-1” -versie. Die werkt normaal altijd! Meestal staat ze dan bij -2- al in de “sorry”-stand. Maar dit keer kon ik op m’n kin kloppen. Waarschijnlijk omdat de afstand tussen ons nog altijd aanzienlijk was en dat de communicatie natuurlijk belemmerde. Zij had daarentegen wel door niet haar zin te krijgen en ze werd ineens woest en begon witheet met de poppen-buggy rond haar heen te zwieren, voorbijgangers bijna rakend! Het was een werkelijke vertoning! Mensen keken geschokt; eerst verbaasd naar haar, toen naar mij. Met blikken die boekdelen spraken! En ik….. ik voelde het werkelijk vanuit m’n tenen opkomen en dat moeten die mensen ook op míjn gezicht als afsluitend hoofdstuk in het voorbij gaan gezien hebben! Ik stapte boos richting mevrouwtje. In het terug lopen dacht ik; Ok, maar waar doe je nou goed aan: zulk gedrag op dat moment zoveel mogelijk negeren zodat ze merkt dat het geen zin heeft? Of zulk gedrag stevig aanpakken en haar flink te woord staan? Maar dan geef je wel weer aandacht, aandacht geven voor en vooral door iets wat níet gewenst is. Thuis zou ik haar op de mat hebben gezet om af te koelen, maar dat kon nu niet.

Ik besloot een gulden middenweg: haar duidelijk maar zo kalm als ik kon toe te spreken, op ooghoogte. Geen idee meer wat ik allemaal gezegd heb, ik was te druk bezig met m’n geduld niet helemaal te verliezen. Ze heeft de stad-tijd verder lopen mekkeren! En huilen, zonder reden. En expres langzaam achter op lopen.

Wellicht tijd om de beroemde “naughty bench” van de Nanny in te voeren. En dan dus ook een in/uitklapbare-versie die je kan meenemen. Dus dat je dan als normale ziel op je gemakje door de stad loopt op woensdagmiddag en om de paar stappen weer zo’n “naughty bench” ziet staan met een tierend kind erop en een geërgerde moeder tien meter verderop, die het liefst eigenlijk zélf op dat bankje zou willen, of nee: moeten gaan zitten. Gewoon, om af te koelen.

Vlak voordat ik het licht op haar kamer vanavond uit deed en haar nachtlampje aan zette keek ze me vanuit bed aan en zei; “Ik hou van je mama, het was een leuke dag vandaag!” (Smelt!)

Een leuke dag.

Ok ;-).

Advertenties

Prima gelukt!

Je hebt wel eens van die dagen dat alles vloeiend in elkaar overloopt. Vandaag was deels zo’n dag. De agenda stond nog al vol en er was sprake van een kak-strak-schema. Half 9 daar, 9 uur hier, half 12 zus, kwart voor 12 zo, etc. etc.! Toen ik iets voor 1 uur Carmen en haar vriendinnetje (die was blijven eten tussen de middag) op school terug had afgezet en weer in m’n auto stapte, zag ik dat ik nog tien minuten had om bij mijn volgende afspraak te komen. Met een autorit van zeven minuten in het vooruitzicht om daar te komen kon ik alleen maar concluderen: ‘Fantastisch! SUPER WOMAN!!!! Wat verloopt alles toch heerlijk gladjes vandaag!’. Ik deed de sleutel in het contact en plots veranderde de dag. Alsof iemand van bovenaf heeft gedacht: ‘Zo, even met beide beentjes weer op de grond zetten!’.

Er kwam (figuurlijk gezien dus) een donker wolk, puur en alleen boven mijn auto en mij. De bliksem sloeg in. Duizend duiven vlogen over en scheten hypothetisch de boel wit. Er volgde een aardbeving, maar alleen op de stukjes grond waar ik me bevond. Enfin, you get the picture!

Mijn auto wilde dus niet meer starten! Wat ik ook deed, de motor leek een enorme scheet, die zich maar niet wilde ontpoppen. Gek genoeg bleef ik heel rustig. Ik kan me fases in mijn leven herinneren waar ik op zo’n moment volmondig vloekend en wel hélemaal over de zeik zou zijn gaan, maar daar was geen sprake van. Ik voelde niets van dergelijke aard opkomen. Het enige wat ik dacht was: ‘ok, bummer’! Met de oudste druif op school en de jongste telg net daarvoor al ondergebracht bij een vriendin, had ik op dat moment alleen met mezelf te maken. Ik ben vervolgens naar huis gelift. Ok, toegegeven: met iemand die ik van gezicht ken, maar mijn perspectief is: als ik de naam van die betreffende (aardige) persoon niet ken en niet eens weet of zij wel of geen Facebook heeft, dan mag ik gerust van een onbekende spreken, en dus van ouderwets “liften” ;-).

De middag vulde zich verder met haasten, vallen en met verbijstering weer opstaan. Zoals 2,5 uur later met maar liefst twee fietsen, een buggy én de kids aan school staan, naast een auto die overleden is. En dan op z’n “Finding Nemo’s” denken: now what? Of Lisa die ineens op het smalle stukje halverwege de trap stond, terwijl iedereen in huis in de veronderstelling was dat zij bij de ander was en ik haar nog net op het laatste moment kon grijpen voordat ze van de trap gleed.

Gek genoeg verliep de hele middag ZEN voor me. Zou het door de yoga komen? 😀

Aan het einde van de middag liepen we het stuk van de garage (waar mijn auto inmiddels ter reparatie stond) naar het zwembad. Tja; het was maandagmiddag en ook de zwemles ging gewoon door. Sterker nog; het was kijkmiddag daar, maar met een buggy het zwembad in is niet echt een optie en dus keken Lisa en ik vanachter het glas toe hoe Carmen aan het zwemmen was. Ik vergat de turbulente middag en keek naar mijn oudste dochter, die al erg goed kan zwemmen. En dit met slechts nog maar 2 kurkjes. TROTS! Terwijl de kindjes het laatste kwartier allemaal nog mochten spelen in het water terwijl de juf met de ouders sprak, hopte Carmen uit het zwembad en rende naar het raam waar wij zaten en met gedempte stem hoorde ik: “Mama, ik kan ook al zonder kurkjes!”. Ik dacht nog; ‘Ze zal dat niet zomaar zeggen, toch?!’. Ik kon het toch niet laten te antwoorden: “Meid, hou ze nou maar aan!!!”. Maar ze deed ze toch af en sprong terug in het water. Vrolijk spartelde ze rond tot ze zich terug naar het raam draaide en met angst in haar ogen kopje onder ging en zich even niet kon redden. Ik kreeg geen adem meer! Ik keek naar de (niet-voor-bezoekers-toegankelijke-) deur van het zwembad en drukte mezelf er door heen en boog me het water in. Adrenaline kwam uit m’n oren. Godallemachtig! Uiteindelijk prima afgelopen en bleek er niet veel aan de hand, maar ik schrok me wezenloos. Het ZEN-zijn in deze chaosmiddag was in 1 klap over. Toen m’n hartslag eenmaal weer terug was, flitste het toch even door mijn hoofd: ‘En het ging allemaal zo smoothly tot 5 minuten voor 1!

Met beide beentjes weer terug op de grond worden gezet. Prima gelukt!

Mee!

Marcel had verse frieten geschild, ik had ze gebakken. Mijn vader bleef onverwachts eten want ja; vers gebakken frieten sloeg hij niet af. En de kinderen…. die hadden weer grote lol. Ze maakten hutten in de woonkamer. Ze hadden hele gezinnen onder de eet-tafel. En hele hiërarchieën. En regels voor deze hiërarchieën. En spullen, vooral spullen!

We aten en daarna gingen de leiders verder met hun spel. Aan het einde van het liedje was de kamer omgetoverd in een ware stam. Met bijbehorende hoeken en gaten. Een kampvuur en tenten. Er was geen stukje vloer meer over; we bevonden ons plots in een Zuid Afrikaanse bevolkingsstam.

Mijn vader stond glunderend op en zei: “Ha!!! Ik ga lekker naar huis!”.

Marcel en ik keken elkaar verloren aan. Ik richtte mijn blik terug op mijn vader aan en er kwam uit mijn mond: “Mogen wij mee?”

Het was geen vraag, het was een smeekbede.

😉

Bordeelhuis Tina.

Al heel lang neem ik mezelf voor om alle blogs die ik ooit geplaatst heb op hyves (van 2006 tot aan 2011), te kopiëren en op m’n laptop op te slaan. Ik heb die blogs toentertijd zo uit het vuistje op hyves gezet en geen enkele in WORD opgeslagen. Maar aangezien ik eigenlijk niks meer met hyves doe en wie weet, stopt hyves er ooit zélf nog wel eens mee; dan ben ik al die teksten kwijt. En omdat de herinneringen op beeld-papier mijns inziens bewaard moeten blijven, deed ik vanmorgen de stoute schoenen en ben alle blogs gaan kopiëren en plakken. En dat is best een werk, want het zijn er nog al wat ;-). Ik nam een hele trip down memory lane, want iedere blog wilde ik toch weer even lezen. Van 2006 af aan… wow, geweldig! Zo kwam ik ergens in 2009 de volgende blog tegen en moest hardop (weer) lachen. Het is dus waargebeurd en ik kan niet laten om deze nog een keer online te zetten;

———————————–

20 januari 2009

Sinds enkele weken hebben wij last van een onbekende beller. “Last” in de zin van; de onbekende beller belt zo’n 100 x per week. “Onbekend” in de zin van; het is een omaatje die verwoede pogingen doet om haar zoon te bereiken, maar toch 9 van de 10 keer ons aan de lijn krijgt, maar we hebben geen idee wie het is. In het begin kan het toeval zijn, in het midden van het verhaal begin je je langzaam te ergeren, maar aan het einde van de latijn-lijn krijg je relneigingen. 

Ook vandaag heeft onze onbekende oma 3 x gebeld. Vanmorgen ging de telefoon over en in de nummermelding zag ik haar (onbekende) nummer alweer verschijnen *zucht*. 

“Met Eveline” 

“Ben verkeerd!” 

“U bent wel vaak verkeerd he?” 

Tuut-tuut-tuut-tuut!

AAAAAAAAAAAAAAHHHHH!!!! :protest: 

Aan het einde van de middag kwam ik terug thuis na even met Carmen op pad te zijn geweest en zag dat we een bericht op het antwoord-apparaat hadden… en jawel hoor; de onbekende oma….

Toen aan het begin van deze avond opnieuw de huistelefoon klonk, keek ik angstig op de nummermelder….. en knock-knock-who’s-there; GRANDMAAAAAA!!!!!! Ik was het ineens wel zo ONGELOOFLIJK spuugzat, dat ik met een Rotterdams accent als volgt opnam: 

“Bordeelhuis Tina” 

Lange stilte… 

“Ohw… ja… dannuh… goh, dan ben ik verkeerd. Sorry hoor, sorry, ben mis, sorry…” 

Ze heeft nooit meer gebeld.

———————————–

En mensen…. dat antwoordapparaat is kort daarna dus de deur uit gegaan 😉 (gniffelend kijkend naar mijn blog van gisteren).

Oeps!

Ik heb geen moeite met praten. Sterker nog; ik word wel eens pratend wakker ;-). Echt, heerlijk! Maar wat ik dus wel vreselijk vind is een voicemail inspreken. Een voicemail ja! Je weet wel: de opvolger van het antwoordapparaat. Een machine waar je een bericht op achter kan laten als je iemand gebeld hebt die niet thuis is, maar jij het dan toch noodzakelijk acht je stem daar te laten horen. Dus…… dat die iemand dan thuis komt en “gezellig” naar jouw eenzijdig geouwehoer gaat zit luisteren. Jottem! Terwijl je die betreffende persoon ook gewoon een sms of een mail had kunnen sturen. Echt, hoe zinloos is een voicemail!

Desalniettemin spreek ik ze wel eens in. Zelfs ook wel eens privé, maar het gebeurt voornamelijk voor mijn werk. Als je een klant niet kan bereiken maar het betreffende bericht moet ze tóch bereiken en je hebt geen mailadres: dan heb je geen keus. Vandaag was het een redelijk drukke dag op het werk. Zo’n dag, dat je met projectje A bezig bent maar ondertussen projectje B uit typt en met een schuin oog projectje C al in de gaten houdt. Zo hing ik op een gegeven moment voor projectje A aan de telefoon, me ondertussen dus mengend in projectje B & C. En voor ik het wist hoorde ik…. “Pieeeeep”! Oh.. SHOOT! Voicemail! Ja nu ben ik al te laat met ophangen. Dus ophangen kan niet meer, maar als ik nu nog langer stil blijf bellen ze de politie. Ok, dus praten. Zeg iets! IETS!!!!!  KOM OP! Alles is beter dan niks! Dus ik begon: “Goeeeeeeeeeeeeeee(net Gaston van de postcodeloterij)eeeeeedemiddag u spreekt met Eveline van …” gevolgd door de hele riedel van mijn werk. Stotterend en haperend deed ik mijn verhaal en terwijl ik dat deed dacht ik: ‘oh die mensen gaan dubbel liggen bij het afluisteren!’. En even is er dan die gedachte: ‘zal ik ophangen en opnieuw beginnen?’. Maar ja, dat doe je ook niet, dus je gaat verder. Zo nonchalant en goed mogelijk je verhaal doen, maar feitelijk kom je gewoon retarded over. Sterker nog, ik denk dat een (met alle respect!) retarded iemand zo’n voicemail beter inspreekt, dan ik.

Echt!

Voordat ik klaar was met mijn verhaal werd de verbinding verbroken.  Technisch foutje? Of was de tijd om in te spreken gewoon “opperdepop”?

Oeps!

Peace out there!

In de wereld heb je allerlei verschillende groeperingen. En in al die verschillende groeperingen heb je dan ook weer allerlei verschillende groepjes en lagen. 1 van de weinige (zo niet de enige) groep die elkaar altijd en overal groet (dus ook en eigenlijk voornamelijk als ze elkaar níet kennen) zijn de motor-rijders. Heel bijzonder!

Gister ben ik, sinds lánge tijd, weer eens bij mijn vader achter op de motor geklommen. Wow, was bijna vergeten hoe gaaf het is :-D. Toen we net vertrokken waren, kwamen we de eerste mede rijder al tegen. Mijn vader stak z’n hand op. ‘Oh ja’, dacht ik,  ‘da’s waar, je groet elkaar als motorrijder!’. Vanaf toen stak ik met veel plezier als eerste mijn hand op naar iedere tegemoet rijdende motor. Hoe geweldig! Wildvreemde mensen groeten. Gewoon, zomaar. Gewoon, zomaar, omdat ze ook motor rijden. Omdat ze ook motor rijden en net op datzelfde moment over dezelfde weg als jij, voorbij zoeven. Wat een verbroedering! Ik hou er van!

Ik ging zo op in het groeten van de mede-tweewiel-rijders dat ik op een gegeven moment zelfs m’n hand op stak naar een brommer. Ik zag de brommerrijder bijna fronzen vanachter z’n helm-scherm en ook m’n vader keek schuin achterom naar me, zo van: ‘Da’s een brommer hoor!’.

Het naar vreemde zwaaien wordt blijkbaar alleen getolereerd binnen de groep. Want ja, kom op zeg; er zijn grenzen 😉 :-P.

922875_575302929157036_1939624182_n

Cogito ergo sum

Heelal

Wie wij zijn. Wie ik ben. Zware kost voor de zaterdagochtend ;-).

Het “zijn” van de mens is een bijzonder iets. Het is een onderwerp waar je eigenlijk niet over uitgepraat raakt. Ik kan denken, dus ik besta. Ik kan praten, dus ik ben. Ik kan mezelf in de spiegel herkennen, dus ik heb zelfbesef.

Het zijn. Een onverklaarbaar iets?

Ik weet nog dat ik een jaar of 8 was en dan voor de spiegel kon staan met de gedachte: ‘Ok, dus ik ben. Blijkbaar ben ik. Ik herken mezelf in de spiegel, maar waar komt dat ik-besef dan vandaan? Wie is ik? Waar zit ik? Is dat dan de ziel die is?’. Pfff… en dat op die leeftijd ;-). Wat ik toen nog niet besefte is dat dát filosoferen is. En dat veel van die vragen onbeantwoord blijven. Je moet het maar eens proberen, het staan voor de spiegel en gaan beseffen dat jij daar staat. Dat je dus bestaat! Dat je bent! Waar komt dat besef vandaan? Is dat wetenschappelijk verklaarbaar? Is er dan chemie van toepassing? Of is dat nou de ziel? En zou de ziel na de dood door gaan? Doorgaan met beseffen? Het is bijna een idiote gedachte om te denken dat het na de dood dan stopt, met je ik-besef. Zo’n gecompliceerde onzichtbare materie die dan op houdt, nadat je hart stopt met kloppen. Aan de andere kant: vóór dat je geboren werd was er ook niks. Tenminste; ik kan me er niets van herinneren. Geen ik-gevoel. Geen zijn. Dus als je daar dan weer aan denkt is het heel aannemelijk te denken dat het wel degelijk op houdt na de dood. Dat zijn.

BUMMER! Echt bummer. Ik vind het zo leuk; het zijn. Het kijken naar mijn gezin en familie, het lachen met vriendinnen, het denken, het ervaren. Deze zielen die het met elkaar zó goed kunnen vinden. Ik kan me niet voorstellen dat dat er over 100 jaar allemaal niet meer is. Althans, hopelijk is het er dan allemaal nog wel, maar niet meer met en tussen ons. Misschien vind ik dat nog wel het meest beangstigende aan de dood: het niet meer beseffen en het bewust zijn van jezelf en van de mensen van wie je houdt. Het niet meer kunnen nadenken.

Ja: het is een onverklaarbaar iets. Denk ik! En je moet er ook maar niet te veel bij stil staan want dan word je gek. Of filosoof ;-). Hoe dan ook: geniet van het hier en nu. Besef wat voor moois het zijn is. Maak gebruik van al je zintuigen zolang je kunt en open vooral je ogen. Kijk naar al hetgeen wat er om je heen is. Laat het je raken. Over 100 jaar, is het allemaal voor ons niet meer tastbaar en vermoedelijk alleen nog maar in de herinnering van het heelal.