Neurootje.

Ok, ok, ik ga met de billen bloot nu: ik heb licht neurotische trekjes! En het feit dat ik mezelf hiervan bewust ben, maakt het in mijn ogen al minder erg. Ik kan er verder ook prima mee leven, dus feitelijk niks aan de hand…… maar ik heb ze! Enkele van mijn neurotische puntjes opgesomd:

* Alle producten (of het nou om etenswaren, toiletartikelen, of wat dan ook gaat) moeten bij mij met het labeltje naar voor staan. Dit geldt overigens ook voor een glas of  een mok waar een logo op staat. Label en logo naar vóór.

* Ik kan niet voorbij de koelkast en/of de diepvries lopen zonder te voelen of ‘tie goed dicht zit. Deze trek heb ik over gehouden aan een kleine traumatische ervaring toen ik vijf was. Ik mocht van mijn moeder een ijsje uit de vriezer pakken en had ‘m vervolgens niet goed dicht gedaan. En natuurlijk was dat net op zo’n moment dat m’n moeder drie dagen achter elkaar Indisch had staan koken en de diepvries uitpuilde van lekker ingevroren eten. De dag daarna was m’n moeder mopperend de boel aan het opdweilen en kon voor weken-Indisch-voer de vuilnisbak in. En mams… was boos! AI!!!!

* Ik check mijn auto-deur altijd twee keer. Dus ik zet ‘m op slot. Ik voel of hij dicht is. En voel vervolgens nóg een keer of hij dicht. Want ja; stel je voor dat die de eerste keer toch niet goed dicht zat (echt; ik ben me er van bewust hoe idioot dit klinkt!).

* Ik zet het volume van de tv of bijvoorbeeld de radio in mijn auto met even getallen naar boven of beneden. Dus hij staat bijvoorbeeld op 4 en verhoog ‘m dan naar 6 of 8, enzovoorts. Behalve 11. Die mag wel! Vraag me alsjeblieft niet waarom, want ik weet het echt niet. 😉

* Of als ik op de fiets zit en ik kom een tegemoet rijdende auto tegen en ik krijg het voor elkaar om éérder dat ene paaltje te passeren dan die auto, dán…. komt alles goed in het leven, alsmede op wereld-toneel. En op het moment dat ik het dan net niet haal om dat ene paaltje eerder te passeren, dan denk ik: “Nee hoor, deze telde niet!!!”. 😛

Ok, flink neurotische trekjes dan!

Vandaag was mijn eerste werkdag na de vakantie weer en rond zes uur haalde ik de jongste telg van het kinderdagverblijf op. Een goede vriendin van mij (Nelleke) werkt op dat kinderdagverblijf en zij was bij de jongste druif toen ik haar ging ophalen. Ons wijfie was het laatste kindje van die groep wat opgepikt werd en dus gingen we met z’n drietjes tegelijk naar buiten. Nelleke deed de buitendeur op slot en voelde zelf voor een tweede keer of hij echt dicht was. Dit alles aanschouwde ik, terwijl we ondertussen aan het babbelen waren. We liepen naar het hek en plots keek ze me aan en zei: “Ik heb de deur echt goed dicht gedaan, toch?”. “Ja dat heb je!” lachte ik terug. “Ok, dan vertrouw ik volledig op jou Eef”. Aaaaah, nee!!!! Kijk mensen, luister: ik heb die deur niet zelf op slot gedaan dus zéker weten doe ik het niet! Dat weet ik pas zeker als ik zelf gevoeld heb. Ik gniffelde terwijl ik terug naar de betreffende deur rende. “Oh, je bent al net zoals ik” hoorde ik achter me, terwijl ik de klink naar beneden schoof.Toen de deur vervolgens met geen centimeter bewoog keken Nelleke & ik elkaar aan en onze blikken spraken boekdelen: OK, DE DEUR IS DICHT…. en dit wisten we!

Had ik dit op mijn CV er bij moeten vermelden al die tijd? Perfectionistisch doch neurotisch? 😉

Advertenties

Ik hou er zo van!

Met de jongste telg gaat het gelukkig al een stuk beter dan gisteren. Zoals het er nu naar uit ziet is haar keel de boosdoener van de hoge koorts. Of het de amandelen betreffen of niet, zal worden overgelaten aan de kno-arts, maar het is al “fijn” een mogelijke (bijna zekere) oorzaak gevonden te hebben.

Zij moet nog wel een nachtje extra ter observatie in het ziekenhuis blijven en nadat mijn man en onze oudste dochter hier weer waren aangekomen vanmorgen, ging ik tussentijds even naar huis, omdat ik dus wist dat er ook voor mij een tweede ziekenhuis-nacht in het verschiet lag. Ik kwam thuis en ik besloot het heerlijk rustig aan te doen; geen haasten dus! Vannacht zo goed als niet geslapen en met nog zo’n nacht in het vooruitzicht, vond ik het wel even best zo. En dus; “makkie an”. En wat betekende dat? Schoonmaken!!!!! 😀 Het was namelijk een bende thuis! We waren gister best hals over kop vertrokken na de voorgevallen koortsstuip van de jongste, en hadden de boel de boel gelaten. De echtgenoot ergert zich daar sowieso aanzienlijk minder aan dan ik (aan de boel de boel laten), dus het verbaasde mij dan ook niet dat ik het meeste ervan nog altijd in dezelfde hoedanigheid aantrof als waarin het gisteren achtergelaten was; aanrecht vol vaat, nog een vies fornuis, kopjes en glazen overal, rommelige eet- & salontafel en ga zo nog maar even door.

En ik… lieve mensen… kan daar niet tegen!!!!!! Ik kwam dus thuis en verheugde mij gewoon op het schoonmaken en opruimen van de keuken, de kamer, stofzuigen, dweilen, toiletje poetsen én een wasmachine-trommel aanzetten. Heerlijk!
Voldaan ging ik daarna in m’n schone huisje op de bank zitten en ik stuurde de hubby toen een berichtje, in de trant van; “Zo, na een slapeloze nacht doe ik het nu lekker even op het gemakje hoor schat! Net het hele huisje gepoetst, nu ga ik douchen en daarna kom ik terug naar het ziekenhuis. Kus”….. Waarop zijn reactie was; “Ons hele huis poetsen; dat noem jij op je gemak doen?”. 😛

Het antwoord is; ja!!!! Volmondig! Het werkt voor mij als een soort zalige op-het-gemakje-aan-doen-therapie. Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd. Of althans; met een opgeruimd huis, begínt een opgeruimd hoofd.

Bij het terug in de koelkast zetten van een fles cola zag ik plots dat de koelkast van binnen ook best weer een grondige schoonmaak-beurt kon gebruiken! En ik dacht écht nog even; zal ik ‘m nog ff snel…. Nee, niet gaan overdrijven nu, die poets ik een andere keer weer! 😉

Na het arriveren terug in het ziekenhuis ben ik met de meiden naar de ziekenhuis-speeltuin gegaan.
Zij hadden grote lol! En ik had rust; hier was de vrolijkheid terug gekeerd en thuis de orde.

Ik hou er zo van! =)

20130728-215017.jpg

Het dondert en het bliksemt!

Het was erg donker op de kamer, hoewel een schemerlampje een oprecht verwoede poging deed tot verlichten. Het stormde buiten! De natuur leek woest en ik hoorde de regenhoos tegen het raam kletteren. De wolken botsten als vechtende straatjongens tegen elkaar aan en angstaanjagende lichtflitsen laaiden op, waardoor de ziekenhuis-kamer af en toe wel wat meer verlicht was. Ik was 32 weken zwanger en lag met gebroken vliezen aan de weëen-remmers. Biddend dat onze (jongste) kleine frummel nog even zou blijven zitten. Ik pakte m’n buik vast en voelde mijn kindje; die het nog verbazingwekkend goed deed, zo met steeds minder vruchtwater.

Nu, bijna twee jaar later liggen we er saampjes weer! Zelfde soort kamer, zelfde geur. Bijna dezelfde omstandigheden! Met de nadruk op bijna dus! Nu ligt ze óp m’n buik, in plaats van er in. Ze doet het wel weer verbazingwekkend goed, ondanks de koorts en de pijn. En de artsen hier gaan uitzoeken waar de hoge koorts (opnieuw) vandaan kan komen.

Het dondert en het bliksemt! Déjà-vu all over!

Hopelijk schijnt morgen achter de botsende wolken, de zon weer :-D.

20130728-004543.jpg

Dus….

Vanmorgen liet ik de oudste druif weten dat oma vanmiddag een bakje koffie zou komen doen. Ze keek me aan en vroeg: “Welke oma dan; oma “Flat” of oma “Hoek”… dat vraag ik me even af mama!”. Ik trok een wenkbrauw op. Ik vond dit namelijk een opmerkelijke vraag, aangezien mijn moeder (oma “Hoek”) vorig jaar overleden is. Dus ik antwoordde haar: “Ja, oma Flat natuurlijk! Hoe kan oma Hoek nou op de koffie komen? Dan ben ik wel eens heel benieuwd hoe dat er dan uit zou komen te zien, als oma Hoek op de koffie komt!”.

We keken elkaar vervolgens stilzwijgend aan en voor enkele seconden dwaalden van ons beiden, de gedachtes af. For a split second waren we ons allebei aan het voorstellen hoe dat er dan uit zou zien: oma Hoek die van bovenaf gezellig een kopje koffie komt doen! Zou er wit licht vanaf schijnen? Zou zij een engelenkrans boven haar hoofd hebben? Zou oma nog in een rolstoel zitten of zou ze ineens weer kunnen lopen en zo bij ons binnen komen kuieren?! En die hemel: bestaat die dan toch? En god? En zou mijn moeder ons dat dan laten weten door te zeggen: “I saw god, and she’s black!” (een opmerking die mijn moeder altijd geweldig vond!).

Luttele seconden later kwamen we met onze gedachtes weer terug op aarde en met beide voeten op de grond keken we elkaar nog altijd stil aan. Dochterlief lachte. Ik lachte terug. En verder was er even helemaal niks.

Het enige woord wat op dat moment nog van toepassing leek te zijn, was:

Duuuuussssss…… 😉

7052154-lachende-emoticon-met-engel-vleugels

Krankzinnig!

Vanmiddag kwam een vriendinnetje van onze oudste dochter spelen en toen de mama van dit vriendinnetje haar weer kwam ophalen, hebben wij gezellig nog even zitten kletsen. We kregen het over het technologisch-razende-tijdperk van tegenwoordig. En dat iedereen vergroeid is met zijn telefoon, laptop, Ipod, digitale camera en nog met véél meer dan dat. Continue technologisch geprikkeld worden, in groot of in klein formaat. Waar gaat dat heen? Is of gaat dit een probleem vormen voor de algehele rust tussen de oren? En zo ja: kun je hier onderuit komen en tóch mee gaan met de tijd?

Nog niet zo lang geleden vloog ik voor een snelle boodschap de Albert Heijn binnen. Omdat ik deze winkel inmiddels uit m’n hoofd ken, had ik een volledig op route-gesorteerd-boodschappen-lijstje in mijn hoofd zitten en ik gooide alles in de grote boodschappentas die ik mee had. Ik had daarbuiten geen handtas mee en ik had dus m’n mobiel, sleutels en portemonnee ook in diezelfde boodschappentas gegooid. Eenmaal bij de kassa legde ik alles op de band en wierp een blik terug in de tas. Ik zag mijn sleutels. Ik zag mijn portemonnee. En dat was het.

BAM!!!!!!!!!!! Hartaanval! 

Het bloed stroomde alle kanten op, maar het was eenrichtingsverkeer geworden vanuit mijn gezicht. Ik kreeg klamme handjes en ik voelde mijn hartslag vanuit mijn keel naar mijn oren bonken. Stoom kwam langzaam uit mijn neus en ik had zelfs het idee dat er een beetje bloed uit mijn oren kwam…. want mijn telefoon, was weg! WEG!!!! En ik had ‘m voor het naar binnen nog in m’n handen gehad, dus ik had ‘m zeker weten van huis meegenomen. Maar hij was weg. God, niet weer! Ik had ‘m vorig jaar ook al eens op m’n autodak laten liggen en wonder boven wonder terug gekregen van de eerlijke vinder, maar we gaan het nu toch niet wéér beleven….. en dat voor iemand die (normaal gezien dan) zo zuinig is op haar telefoon! Ik kreeg langzaam kots-neigingen. Mijn complete leven staat in die telefoon. Mijn contacten, foto’s, wachtwoorden, om nog maar te zwijgen van de apps die er allemaal op staan: open, toegankelijk en wel! Mijn smsjes, mijn whatsapp-berichten, alsmede mijn agenda; vol gepland tot half september en de daar bijbehorende alarmpjes die ik dan een uur, een dag, of een week van te voren laat af gaan.

De enige conclusie die ik hier uit kon trekken was: ik ben verloren! Werkelijk verloren. Dit was het, hier houdt het op. Ik ben mijn iPhone en alles wat daar bij hoort en in staat, kwijt! Het zweet brak me letterlijk uit en als een hijgend, net bijna-overreden hertje begon ik angstvallig rond mij heen te kijken. Ik was in staat om “HELP” te roepen. Ik zocht links, rechts, onder me, boven me….. Vervolgens dook ik op de band met boodschappen terwijl ik, volgens mij zelfs hardop, “alsjeblieft-alsjeblieft-alsjeblieft” tegen mezelf aan het zeggen was. Ik schoof de spruiten opzij en zag daar ineens een wit hoesje met een grote halve appel op de achterkant schitteren in het Albert Heyn-TL-licht. GODZIJDANK!!!!! Daar was ‘tie! Mijn leven! Ik slaakte een diepe zucht en het meisje voor me (hooguit 18) gaf mij een bemoedigend knikje. Het was een alles zeggend knikje, zo van: “Och mevrouw, ik had dit gisteren ook. Ik kon vanmorgen pas van mijn zuurstofapparaat afgekoppeld worden en mijn hart functioneert nu inmiddels weer naar behoren”.

Ik stond oprecht trillend op mijn benen, met mijn iPhone tegen me aan geklemd. Ja; de wereld is krankzinnig geworden. Of in ieder geval; ik dan toch!

Ik kwam die middag thuis en heb mijn mobiele telefoon zowaar uitgezet! Ja! Zomaar voor een paar uur. En ik heb ‘m in die paar uur oprecht niet aangeraakt. We hebben de spelletjesdoos uit de kast gepakt en hebben ouderwets spelletjes gespeeld, met het gezin. Gewoon: met een dobbelsteen, een speelbord en pionnen. En hoewel ik het spel niet won, heb ik wel genoten en er was weer even rust in de tent. Dus het kan: er onderuit komen en tóch meegaan met je tijd! Ík heb het zuurstofapparaat uiteindelijk dus niet nodig gehad en de eerstvolgende keer dat ik het bemoedigend-knikkend-meisje weer zie, zal ik haar laten weten wat de oplossing is voor ons krankzinnige wereldprobleem:

Even uit zetten!

1017344_538465382884043_2068873272_n

Onderbroeken-lol.

Ik weigerde vandaag een broek aan te doen. Ook geen korte. Kom op!!! Met deze temperaturen vertoont een vrouw zich niet in een broek (mits dat voor bijvoorbeeld werk-gerelateerde-zaken toch moet, maar anders: NIET!). Wel ondergoed uiteraard, maar geen broek daar over heen. Maar ik vind eigenlijk ook, dat je met dit weer de fiets moet pakken voor de korte stukken en niet in die stinkende oven op wielen moet gaan zitten zweten. Zweten en mekkeren. Dank je de koek-koek! En dus; gewoon op de fiets.

Maar… ik had dus én een zwierig feestelijk jurkje aan én ik wilde vandaag alles op de fiets doen. Met kinderen. Eentje voor, eentje achter. En ik dus in dat jurkje. En er kwam een windje. En dat windje blies onder dat jurkje. En ik reed plots in m’n onderbroek. Snel schoof ik alles terug naar beneden. Dit herhaalde zich om de 3 seconden. Hoe dan ook; ik weigerde terug te rijden voor een broek. Dus ik reed verder. En ik probeerde het jurkje met man en macht tegen te houden. Links, rechts, links, rechts, links, links, links, toch maar weer rechts. Maar het zwierde. En het blies. En het wapperde. Ik was allang blij dat ik een degelijke onderbroek had aan gedaan en geen touwtje (zoals mijn moeder strings wel eens noemde ;-)).

Ik heb wel 6 ritjes op de fiets gedaan vandaag en vóór ieder ritje twijfelde ik toch weer heel even: toch maar iets veiligers aan doen? NEEEN! Idioot! Het is 30 graden, the h*ll with it!!! Dan zwiert het maar. Maar zwierend op de fiets had ik toch elke keer weer even spijt. Toen ik op een gegeven moment met de kids balancerend op de fiets angstvallig mijn onderbroek weer aan het bedekken was, stond er plots een loslopende Rottweiler op straat. Fijn! Zo te zien zo mak als lammetje, maar hij stond maar wel mooi in en op de weg. Zijn baasje deed zijn uiterste best om deze ontsnapte hond te vangen, maar hondje-lief vond het veels te leuk. En ’t boefje begon te springen en te blaffen en wilde overduidelijk gewoon lekker spelen. Maar ja; ik kwam daar. Met kids. Plus een windje in het gezicht en een briesje onder het jurkje! Een jurkje wat opwaaide tot bijna m’n buik inmiddels. En ik moest een Rottweiler ontwijken. Zo goed en zo kwaad ik kon reed ik er om heen. Beide handen aan het stuur, een goed staaltje fiets-werk leverend.

“Wow, zagen jullie die hond?”. Terwijl ik vol verwachting het antwoord afwachtte van één van de meiden, realiseerde ik me ineens dat mijn fonkel witte onderbroek nu volledig in het zicht was.

Passerende auto-bestuurders hadden plezier.

Nou, dat is dus wat je noemt; onderbroeken-lol! 😛

010680-0054_5

When did that happen?

Vanaf dat ik een klein meisje was, opgroeiende tot puber en daarna tot jonge vrouw, heb ik me zo nu en dan best wel geërgerd aan de opvoeding die ik van mijn moeder kreeg. Ja sorry, ‘tis waar. In mijn herinnering was mijn vader daar op die manier veel minder mee bezig. Ik stoorde me altijd aan dat overbezorgde moeder-gedrens. Of de constante verbetering van mijn taalgebruik (zaken als: “dan ík ben, dan zíj zijn, het kost veel, niet duur, achter een q komt altijd een u, etc.”). Of als ik iets deed of zei wat niet gepast was, dan zei mijn moeder altijd “Eveline, dat is niet comme il faut”. (Comme il faut – Frans voor: geschikt, juist, passend, gepast, adequaat). OEF!!!!! Erg!!!! Ga weg met je dure woorden!

Nu, zoveel jaar later, betrap ik mezelf er de laatste tijd op dat ik onze dochters precies zo opvoed. Zoals bezorgd zijn, daar waar het wellicht helemaal niet nodig is. Of onze oudste dochter haar taalgebruik verbeteren! Wel spelenderwijs natuurlijk, want kom op: ze is vijf, maar ik doe het wel.

Vanavond hadden we lekker gebarbecued en de oudste druif ging op een gegeven moment helemaal onderuit op haar stoel zitten en deed haar benen helemaal omhoog de lucht in. Omdat ze een jurk droeg, keken we met z’n allen plots zo het kruis in. Ze had natuurlijk nog wel een onderbroek aan, maar dan nog; niet echt een fatsoenlijke houding, zo tijdens het eten. Zonder er bij na te denken hoorde ik mezelf ineens zeggen: “Meisje, ga eens normaal zitten, dit is niet comme il faut!”. Ik schrok bijna van mezelf en kwam tot de conclusie dat ik deels opvoed zoals mijn moeder dat deed! Ik nam snel een slok prosecco ;-)…. Opvoeden zoals mijn moeder…. When did that happen?

Enfin, het zal wel een goede manier geweest zijn dan, want ik heb er al veel baat bij gehad. Spijtig genoeg kan ik dit niet meer tegen m’n moeder zeggen, dus dan blog ik er maar over, to let somebody know anyway =).

opvoeding-51