Het leven door de ogen van een kind.

Wat jammer soms, dat de tijd zo snel gaat. Of nou ja: het is altíjd jammer, maar je hoeft er niet altijd bij stil te staan ;-). Maar het is gewoon een vaststaand gegeven; de tijd gaat té snel. Niet alleen omdat je als volwassene op zeer gelukkige momenten de klok wel eens stil zou willen zetten, maar ook omdat je eigen schone lei, je clean-slate, je roze bril-wereld wat je hebt als kind, voorbij gaat. En dat je je dat pas als volwassene realiseert. De tijd als kind is het meest mooi en het meest puur (mits je natuurlijk een fijne jeugd hebt met de normale huis-tuin-&keuken-sores).

Als ik kijk naar onze dochters, en dan met name naar de jongste: alles en iedereen is goed en goedaardig, mooi en gelijkwaardig. Er zijn geen oorlogen, geen honger, geen kanker, geen niks. De wereld ligt aan je voeten en is één groot speelparadijs. En je ouders… zijn de helden die dit leiden. En als je verdrietig bent? Dan zoek je je mams op. Zij ontvangt je met open armen. En als je dan nog écht klein bent, krijg je je vertrouwde fopspeen. En met je speentje in, kun je de wereld weer aan, veilig en geborgen.

Vanmiddag had onze oudste druif een vriendinnetje op bezoek. Op naar de speeltuin! Ik ging op het bankje zitten wat er op het grasveldje bij stond en keek naar de meiden. Ze plukten bloemetjes, gristen blaadjes en ze maakten een nestje, voor een nep-beestje. Ze genoten van die paar stralen zon, van het natte gras en van de schoonheid van de stilte om ons heen. En liep er iemand langs? Die begroetten ze. Wit, bruin, groen, geel, in korte broek, of met een sluier bedekt. Het maakten ze niet uit.

“Hallo mevrouw, mooie dag hè!”

Geen problemen, geen onbeantwoorde vragen, geen ruzie, geen van iets. Alleen dat!

En ik was even jaloers. Jaloers op het leven door de ogen van een kind.

foto (40)

© Eveline – Mei 2014

Seut

20140527-215749.jpg

Vandaag gingen onze oudste dochter en haar klasgenootjes, samen met een paar andere klassen op schoolreis. Al weken had ze het erover! Hoe schattig, dacht ik nog. Wel eerder had ze al schoolreisjes gedaan in groep 1 en 2, maar die waren altijd dichtbij. Dit was een keer níet om de hoek en zelfs over de grens. Compleet niet bij zorgen stil gestaan…. Tot de motor van de schoolreis-bus vanmorgen in alle vroegte gestart werd en ze dol enthousiast begon te zwaaien vanachter het raam. Ik kreeg een brok in m’n keel en hoorde mezelf ineens luid fluisterend gebaren; ‘Heb je je rugtas toch wel voor je staan? En goed op jezelf passen hè! Voorzichtig hoor schat!’

Ze begreep van al mijn handgebaren geen moer! Werkelijk, geen moer, en zwaaide vrolijk verder. De bus reed weg en ik moest vechten tegen m’n tranen. Wat een seut zeg! Ja, ik dus! Sinds wanneer is dat gebeurd? Stiekem alweer een tijdje denk ik.

Toen ik haar aan het einde van de dag weer in m’n armen sloot was 1 van de eerste dingen die ze aan me liet weten; “Iedereen had geld mee om knuffels te kopen, behalve ik!” Oh nee, echt? Buitenom de bomvolle rugtas die ze mee had gekregen met een overlevingspakket voor 20 jaar, was het dus ook nog eens de bedoeling dat ze geld voor tierlantijn mee zou hebben? Ja, wij zijn duidelijk nieuw hierin.

Haar zusje wilde ook kenbaar maken dat ze grote zus vandaag gemist had. Ze gaf haar big sis uit het niets een knuffel en zei: “Hou van je!”. Waarop de zes-jarige antwoordde;” Ja, ik ook van jou, maar je hebt een poepbroek zo te ruiken, dussuh, ga eens een stukje van me vandaan!”. 😉

Kortom; alles weer zoals normaal. Blij dat ze weer thuis is =).

© Eveline – Mei 2014

De break-up!

foto (38)

“Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij!”, had hij gezegd toen hij het uitmaakte. Hij was één-en-twintig, zij was zeventien. Met tranen in haar ogen sloeg ze de situatie gade. Ze had het voelen aankomen. Hij was nog te veel een jonge pup voor een lange vaste relatie. Na vijf maanden wist ze: de koek is bij hem op. Vlak voordat ze uit zijn auto stapte, waar hij een eind aan de relatie had gemaakt, zei hij nog:

“Als we meant-to-be zijn, vinden we onze weg wel terug naar elkaar!”

‘Ja…. lul!’, was wat ze had gedacht. ‘Als we meant-to-be zijn, moet je het niet uitmaken! Je zakt er maar in! Tot nooit weer ziens!’

In de jaren die volgden gingen ze ieder hun eigen weg. Ze kregen allebei andere relaties. Zij een lange vaste van een paar jaar, hij wat verschillende, soms lang, soms kort. Toch waren ze elkaar niet vergeten. Diep van binnen was er bij beide de vraag: What if?!

Vijf-en-een-half jaar na de break-up kwamen ze elkaar op één van de Social Media-wegen weer tegen, om elkaar vervolgens een week later tijdens het uitgaan te treffen. Allebei vrijgezel.

Zeven jaar na de break-up gaven ze elkaar het “ja-woord” op het stadhuis, zij hoogzwanger. Een maand later werd hun eerste dochter geboren.

Elf jaar na de break-up kwam hun tweede dochter ter wereld en twaalf jaar na de break-up deden ze hun trouw-geloftes opnieuw. Nu niet voor de wet (want dat was al vijf jaar een feit), maar dit keer voor vrienden en familie. In trouwkleding, met taart, diner en een groot feest.

Ruim dertien jaar na de break-up werd er opnieuw een positieve zwangerschapstest gedaan: telg nummer drie op komst!

En terwijl zij dit verhaal (langzaam opnieuw hoogzwanger), bijna veertien jaar na de break-up typt, herinnert ze zich zijn woorden van toen:

Als we meant-to-be zijn, vinden we onze weg wel terug naar elkaar.

Well, that worked out pretty well after all, now didn’t it?! 😉

© Eveline – Mei 2014

Het perfecte moment!

Zonnetje!

Niet iedereen, maar toch velen van ons streven een bepaald ideaal na. Ik ben daar ook zeker één van. Ik ben een hopeloze perfectionist, soms tot het irritante aan toe. Dit terwijl ik mezelf in sommige gevallen, toch echt wel minder neurotisch-perfect kan opstellen dan bijvoorbeeld tien jaar geleden. Ik kan tegenwoordig heus wel (en steeds vaker) de boel de boel laten en gewoon tevreden en blij zijn moet hoe iets is, zoals het is.

Toch komt dat perfectionisme regelmatig om het hoekje kijken. Zo was daar kort geleden ineens weer de mogelijkheid om buiten te kunnen eten. Zalig weer, een zacht briesje en overal op straat die bekende barbecue-geur. Heerlijk! Ik zag het helemaal voor me: met het hele gezin lekker buiten eten, koud glaasje Jillz 0% erbij, een lekkere vers gemaakte maaltijd met veel groente & fruit (zoals dat het allerbeste smaakt met 25 graden buiten) en lekker dat vorkje prikken terwijl de zomer zich in je poriën nestelt. God ja, hoe ik dat beeld voor me zag toen ik die middag de boodschappen deed.

Tijdens het maken van de maaltijd ging het al mis. De jongste struikelde over de drempel naar buiten toe en stootte een tand door haar lip. Toen we vervolgens de kindertafel buiten hadden gezet, zette de oudste deze op haar voet en uiteraard waren lange huil-halen het gevolg. Ik suste de situatie en gaf beide meiden een grote beker drinken en ging terug naar het fornuis. Vanaf dat moment ging het in domino-effect: het eten brandde aan, de groente waren of te knapperig of juist te slap, het fruit lag niet opgesteld zoals ik in m’n hoofd had, beide bekers drinken vielen om (op de net schoongemaakte tegels), manlief liet weten pas na het eten thuis te zijn van z’n werk, de hond liep constant voor en onder m’n voeten en nét op het moment dat ik zelf ook buiten was gaan zitten en eindelijk m’n bijna-7-maanden-zwangere-buik de rust had gegund van het “lekker zitten” en de spiertjes had ontspannen, kwam ik erachter dat m’n glas Jillz nog binnen stond.

For the love of god!

Mopperend liep ik terug naar binnen, griste de Jillz van het aanrecht en liep terug naar buiten. Daar trof ik mijn dochters helemaal dubbel van het lachen aan. Ze wisten zelf niet waar ze om lachten, maar het werkte wel aanstekelijk. Ik ging zitten en liet het moment, gewoon het moment zijn.

En daar is alles mee gezegd! Het perfecte moment heeft niets te maken met dat alles perfect is of moet zijn. Het heeft te maken met dat het perfect aan voelt. Dat wanneer alles mis gaat en je daar samen om kunt lachen… dat juist dát perfect is. Subliem, in de grote bende om je heen. En niet zomaar een bende, maar jullie bende!

En de dochters schaterden maar door.

En toen ik me dat besefte, was mijn perfectionistische-ik toch weer tevreden gesteld ;-).

© Eveline – Mei 2014

Het meisje als de collectant

collectebus

Nou hebben collectanten en ik niet altijd op goede voet met elkaar gestaan. Althans, het ging eigenlijk prima tot aan het moment dat ik een aantal jaar geleden een keer besloot níet te geven. En dit gebeurt vrijwel nooit. Werkelijk! Maar toen ik op een warme lentedag vanuit het slaapkamerraam een mevrouw in de straat naast ons met een collectebus zag leuren, was er iets in me wat zei: “Nee, je geeft nu eens niks!”. Waarom weet niemand, maar ik had op die ene seconde besloten: we geven vandaag nog geen stuiver, waar het ook voor is. En aangezien ik normaal áltijd geef, voor welk doel dan ook en dan ook nog eens automatisch één en ander maandelijks steun, vond ik het voor mezelf gerechtvaardigd om een keer “Nee” te mogen zeggen. Maar dat “Nee” zeggen, verliep iets anders…..

Ik was stilletjes naar beneden geslopen (alsof die collectante in mijn eigen huis stond) en binnen luttele minuten ging inderdaad de deurbel. Ik stond zodanig incognito in de woonkamer opgesteld dat ik door het zijraam via de weerspiegeling in het grote raam kon zien dat die mevrouw inderdaad het paadje op was komen lopen en nu bij ons voor de deur stond. Ik hield mijn adem in. Ik was bij nader inzien toch niet moedig genoeg om de deur open te doen en “nee” te zeggen. Ik hield de afwijzing bij “gewoon” de deur niet open doen. Het leek mij voor beide partijen het beste: die mevrouw voelt zich niet afgewezen en ik hoef niet af te wijzen. Beste oplossing ooit! Echter toen de collectante mij vervolgens in diezelfde weerspiegeling, als een standbeeld ineengevouwen, óók zag staan…. was de lol er wel een beetje vanaf. Oeps! Ik weet nog dat ik langzaam naar achter schuifelde totdat ik weer uit haar gezichtsveld was en even dacht; ‘God, I wish I was dead’! Later was dit een erg amusant verhaal om te vertellen op feestjes, maar stiekem heb ik me er lang voor geschaamd. Niet zo zeer vanwege het een keer níet geven aan een collectant, maar meer om het feit dat ik het lef niet had om dat gewoon te zeggen, vervolgens deed of ik niet thuis was, en daar toen ook nog eens op betrapt werd door diezelfde collectant. Awkward!

Vanaf dat moment heb ik mezelf voorgenomen: het is niet erg om een keer niet te geven, maar dan moet je het wel gewoon durven en kunnen zeggen. Nu was mijn geweten zo groot geworden door die ervaring dat ik sindsdien geen enkele collectebus, postzegelverkoop, sponsoring, hartstichting-kaartjes of wát dan ook meer heb overgeslagen, al is het met 50 cent of één euro bijdrage. Tot op…. vandaag!

Net toen we allemaal aan tafel waren geschoven voor het avondeten, ging de bel. Ietwat geërgerd excuseerde ik me en liep naar de voordeur. Toen ik deze opende zag ik een meisje. Hooguit tien, elf jaar. Ze keek me half aan en zei:

“Wil je sponsoren?”

Ik wachtte op een uitleg, maar die kwam niet.

“Uhm….?!”

Maar er kwam nog altijd geen uitleg. Niets! En toegegeven: zelf vroeg ik ook niet verder. En even verloor ik de drive om aan alles en iedereen (ook onbekende) te doneren. Ik wil op z’n minst wel weten wáár ik aan doneer, en ook voor wie ik dat doe! Niet alleen het doel zelf, maar ook de gunfactor van degene die voor je staat is belangrijk. Ik hoorde mezelf plots zeggen:

“Nou, wij sponsoren al best wel wat mensen en daarbij ook kinderen (alsof kinderen geen mensen zijn :-P) en ik laat het deze keer even voorbij gaan, sorry!”

Dit, terwijl ik nog altijd níet wist waar ze voor kwam of wie ze was. Dit leek haar echter compleet niet te deren, want vervolgens vroeg ze:

“Oke! Armbandje kopen dan?”

Armbandje kopen? Huh?! Wat bleek: ze had dus buitenom een papieren-lijstje ook een plastic zak mee, klaarblijkelijk gevuld met armbandjes. Uit de looming-armbandjes om haar eigen armen heen, concludeerde ik dat het om zulk soort armbandjes ging. Nou ja, dacht ik nog: als ze dat zelf maken en verkopen voor een goed doel: I’m up for that!!! Daar kun je deze s*cker alsnog wel mee paaien. Dus ik vroeg;

“Oke leuk, is dat voor een goed doel?”

‘Ohw nee hoor!’

“Waar is het dan voor?”

‘Oh, voor niks!’

Oke then, and we’re done here!

“Nou, dan laat ik het gaan, maar ik wens je veel succes verder!” en ik deed, mijns inziens, vriendelijk de deur dicht terwijl ze het paadje weer af liep.

Ik ging terug aan tafel zitten en kon niet ontkennen dat m’n geweten onmiddellijk om het hoekje kwam kijken. Ik voelde me meteen schuldig!!!!! Ik had gewoon een lief tienjarig collectantje niet geholpen en wilde óók al geen armbandje van haar kopen.

Maar goed, wat mijn geweten weer enigszins suste:

Ze hoefde er in ieder geval niet achter te komen via de weerspiegeling van het raam. We gaan vooruit! 😉

© Eveline – Mei 2014

Geen grappen!

IMG_0007

Gisteren hadden wij het verjaardagsfeestje van ons nichtje die zeven werd. Het mooie weer werkte erg mee en het was allemaal buiten te doen; echt genieten dus. Het mooiste cadeau was (geheel volgens haar eigen zeggen) niet al het speelgoed, maar juist de hamster die ze van haar ouders gekregen had. Da’s toch heerlijk, zo’n kind :-D.

Onze dochters hadden het ook goed naar hun zin en snoepten en speelden wat af. Op een gegeven moment zaten mijn schoonvader en ik naast elkaar en de jongste telg stond voor ons. Ik pakte haar neus vast en deed vervolgens net of ik ‘m op at.

“Aaaaah, dat mag toch niet mama!”, was haar reactie.

‘Nee, maar meisje, jouw neus smaakt gewoon heel goed!’

Opa volgde mijn voorbeeld en pakte haar neus ook beet en verorberde deze zogenaamd ook (waarom ik het overigens nodig vind om er “zogenaamd” bij te typen, vraag ik mezelf nu ook even af 😉 ).

Lisa werd stil en zei toen tegen ons allebei:

“Allemaal nep! Jullie eten niet echt mijn neus op!”

Door ons gelach wat volgde, kreeg ze de bevestiging dat het inderdaad allemaal nep was. Desalniettemin draaide ze zich om en ik zag haar heel voorzichtig en zo onopvallend mogelijk met haar hand richting neus gaan…. Even checken of hij er écht nog wel zat! En dit heeft ze meerdere malen die dag nog herhaald. En elke keer wanneer ze tot de conclusie kwam dat hij er gewoon nog aan zat, kon ze het niet laten een blik naar mij te werpen die boekdelen sprak:

‘Dit zijn echt zó geen grappen, mama!’

© Eveline – Mei 2014

Het is een proces!

Allebei mijn dochters zijn dol op een eigen (mini-) winkelwagentje bij de supermarkt. Het ziet er ook gewoon über schattig uit, toegegeven ;-). Het probleem is alleen vaak dat ik in het midden van het liedje met 3 karretjes aan het zeulen ben (2 kleine, 1 grote). De oudste heb ik inmiddels een tijd geleden al goed duidelijk kunnen maken dat dat dus niet meer doorgaat. Als ze ‘m nu nog ergens laat staan en niet meer wil meenemen is dat de laatste keer dat ze er een mag gebruiken.

Bij de jongste is dat proces van opvoeding nog in volle gang. Hoewel ik dus dácht dat ik, de laatste keer dat dit gebeurde, een glasheldere statement had gemaakt voor de eerstvolgende keer: vanmorgen!

Vanmorgen waren de jongste & ik namelijk weer even in de winkel, voor de boodschapjes die we met de grote boodschappen eergisteren niet hadden meegenomen. Je loopt wat af naar die winkel! Bij het zien van de parkeerplaats gilde de spruit vanaf de achterbank al;

“Ik wil een karretje!!!!”

Een “ernstig” gesprek van welgeteld vier minuten volgde en ik dacht dus oprecht dat mijn kind en ik tot een schappelijke overeenkomst waren gekomen: zij mocht van mama 50 cent voor een klein winkelwagentje als zíj er dan ook het hele winkelbezoek achter zou lopen en ‘m niet ergens zou laten staan.

“Afgesproken mama, ik laat hem nergens staan!”

‘Weet je het zeker?’

“Ja!”

6,5 minuut later….

20140514-182732.jpg

Oké, het is een proces, het is een proces! 😉

© Eveline – Mei 2014