Zo gepiept! 

Onze baby-boy vertoefde de afgelopen twee dagen wederom in het universitaire ziekenhuis, hier net over de grens (in België). Dit keer was het een geplande opname en voor gelukkig mindere nood dan de vorige keer, maar desalniettemin een belangrijk bezoek. Er werd een ph-metrie gedaan. Een meting om te kijken hoe het met zijn reflux gesteld is, waar hij toch al zo’n 6,5 maand medicijnen voor krijgt. Gezien hij er pas net 8 maanden is, is dat toch al een geruime tijd van zijn leventje. De grote vraag was; heeft hij die medicatie nog wel nodig?

Het antwoord bleek bevrijdend; neen! Fijn! En ook fijn dat het onderzoek niet voor niets is gedaan. Het steken van die slang, die door zijn neus, keel en slokdarm naar zijn maagje moest, is namelijk misschien wel het meest traumatische wat hij als baby zal meemaken (op de bevalling na dan 😄). Gelukkig onthoudt hij het niet. Ik helaas wel, maar enfin, suck it up! 😉 

Onze tevredenheid over dat ziekenhuis is inmens groot. Fabulous! De communicatie tussen verpleging, artsen en patiënten verloopt niet alleen volkomen soepel en helder, ook de zorg is ongekend. Toen ons zoontje met het slangetje “weg was” (met andere woorden; toen hij er geen erg meer in had dat ‘tie er zat), lekker gegeten had en op punt stond een tukje te gaan doen, reed ik met mijn jongste dochter “even” op en neer. Die was in alle vroegte met ons mee gegaan, terwijl de oudste gewoon naar school moest en papa-lief moest werken. 

Net na het avondeten reed ik weer terug van huis naar Gent, want uiteraard was ik geenszins van plan ons kereltje de nacht daar alleen te laten zijn. Toen ik terug aan kwam was onze baby-boy overduidelijk met één van de zusters aan het flirten. Zit er al vroeg in! Ik pakte hem over en de zuster vervolgde haar weg ook weer. Ik rook “code bruin” en verschoonde zijn pamper. Kort daarna kwam de zuster nog even terug en vertelde over het hoe en wat tijdens mijn afwezigheid. 

“Oh ja, en ik heb zijn pamperke ook nog verschoond!”, liet ze weten. 

Dit had ik gezien. Niet omdat de stront tot aan z’n nek zat ofzo, maar omdat ik zelf die pampers altijd op een specifieke manier vast doe en had gezien dat deze anders zat. Verder niks. Dit zei ik ook met een glimlach tegen haar, en bedoelde er dus echt helemaal niks mee. Ik was juist blij dat hij in de tussentijd nog eens verschoond was. Ik zag haar vervolgens even nadenken en ze vroeg toen; 

“Hoeveel manieren zijn er dan om die pamper vast te doen?”. 

Het was een oprechte vraag. Ze wilde het weten! Toen ik mijn neurotische vorm van een pamper vast doen begon uit te leggen, besefte ik ineens dat er goed kans was dat ze een dwangbuis voor me zou gaan halen. 

We lieten het moment stilletjes passeren en de zuster deed een goede poging daarvoor, door over Max te zeggen; 

“Het is wel een flinke hè?!”. 

Ik lachte en reageerde met; 

“Ja, hij is echt Hollands welvaren!”. 

Wederom keek ze me aan met een blik die zei “Ik ga u zo laten opnemen!”, en ze vroeg; 

“Hoe noemt u dat?”. 

Nou, holla… oh laat maar zitten. Dit gesprek komt nooit meer goed. 

Ondertussen kwam de technische dienst langs omdat het ziekenhuisbedje nog al kraakte en piepte. Hij kwam met wonderolie aan en terwijl hij er aan bezig was liet hij weten; 

“Dan piept hij niet meer zo!”. 

Ik neem aan dat hij het over het bedje had. 

Toen hij klaar was zei ik lachend; 

“Zo, da’s gepiept!”. 

Hij trok een wenkbrauw op en was snel weg. Dus… 😜. 

Gelukkig is ons mannetje weer thuis en hoeft hij voorlopig niet meer terug naar het ziekenhuis. 

En anders… is het hopelijk weer zo gepiept! 😉 

  

© Eveline – April 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s