Oké, maaruh… 

Gisteren had ik een dagje vrij gevraagd. Samen met de twee dochters was een middagje zwembad ingepland, en wel in het subtropisch zwemparadijs (Scheldorado) bij ons hier in de stad.  Leuk, zo met z’n 3tjes; een meidendag! 

Ruim voor het vertrekken besloot ik om het avondeten alvast klaar te maken (chili con carne). Dan zouden we bij thuiskomst lekker makkelijk zijn! ’s Morgens had ik de boodschapjes al gedaan en had 2 éxtra sterke pepers meegenomen. Jam! Doen we er voor de kindjes van te voren wel een “slappe-hap-bak” uit halen ;-). Ieder wat wils. 

Enfin, ik stond die pepers (en mensen, ik kan niet genoeg benadrukken dat het hier om éxtra hete pepers ging) te snijden en waste daarna zorgvuldig mijn handen. 

En toen de bewustwording; ‘Oei, ik snuffel/snuif wat’. Pakte toen een zakdoekje, snoot en… Ah, crap! We kennen het gevoel allemaal wel eens; zo’n hardnekkige “booger” in je neus ontdekken, waar je vervolgens niet bij kunt. AAAARGH! Zelfs de zakdoek niet! Ach, whatever, ik ben toch alleen in de keuken, kom op, gewoon peuteren, die booger krijg ik de baas wel!!!! En ja… toen heb ik ongegeneerd in m’n neus zitten wroeten ja. En ik had ‘m!!!! Victory was mine! 😀 Vervolgens netjes opníeuw mijn handen gewassen alvorens ik verder ging met koken (want ja, halló; I’m not a cave-person!) en gewoon weer richting fornuis gegaan. Continue…. Dacht ik. 

Maar toen… 

Echt… 

De daaropvolgende 15 (tot zo’n 20) minuten belandde ik in een klein soort hel op aarde. FREAKING GEEN GRAP !!!!!! 

Het begon langzaam, maar zeker. Onontkoombaar. 

Aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ging dit extreem zeer doen, wist ik, toen ik de eerste nare steekjes in mijn neus voelde. Wat is dit nou, dacht ik nog. Oh god, die pepers! DIE PEPERS!! Maar ik had mijn handen toch gewassen? Ik keek onder mijn nagels en zag daar een piepklein stukje verstopt zitten. 

Oh shit, oh shit, oh shit… 

Maar niets kon me meer redden. Echt niets meer: Het begon met een licht brandend gevoel, wat langzaam erger werd. En erger. En erger. En nog erger. De tranen konden niet meer in bedwang gehouden worden en als een domino-effect begonnen alle slijmvliezen op te zetten. Niet alleen de neusholte maar ook een gedeelte van de kaalholtes kregen een ogenschijnlijke allergische reactie en ik leed, oprecht pijn ! Door mijn neus ademen ging op den duur niet meer en het enige wat mij restte was huilen en naar adem happen. 

Tot het nog erger werd. Het voelde alsof de helft van mijn gezicht wegschroeide en het verbaasde mij oprecht dat er geen bloed te zien was. 

En toen werd het nóg erger. Ik zakte (letterlijk!) door mijn knieën en kroop naar de diepvries waar ik een blok ijs uit haalde om die direct op m’n neus en holtes te leggen. Hielp natuurlijk geen f*ck. Nog net wist ik mijn man te bellen, die niet op nam, en vervolgens kreeg ik wel mijn vader te pakken en kon nog net piepen wat er aan de hand was . “Ja, spoelen, water, of melk, melk!”.  Dus melk. Drinken en in m’n gezicht. 

Hielp niet. 

Man belde vervolgens terug naar aanleiding van gemiste oproep. Inmiddels kon ik bijna helemaal niet meer praten maar hoorde hem nog net roepen; “ja melk drinken en anders bel je de hap maar!”. 

De oudste dochter had zich inmiddels naar de keuken gehaast en gaf aaitjes over m’n rug. Ik piepte, huilend en hijgend naar haar; 

“Doe maar roeren, roeren in de pan!”.  

Want ja; om dan óók nog eens verbrand eten te hebben… 

Met het angst in haar ogen begon ze te roeren en vroeg aan me, wat er aan de hand was. Inmiddels was de jongste dochter er ook bij komen staan. Ik wist nog net te lispelen; 

“Peper.. peper in m’n neus! Ga kapot!”. 

Wat, voor mijn gevoel, ook echt zo was. Ik was sincerely van mening, dat als dit gevoel niet zou ophouden, ze me plat mochten spuiten. Ergste gevoel ooit. Erger dan een kanaal wortel behandeling. Erger dan bevallen. Erger dan in het het les-zwembad zijn, wanneer je kind zwemles heeft. Erger dan álles, wat ik tot nu toe heb meegemaakt. 

Ik zweer het. 

Snikkend en puffend had ik mezelf tegen de diepvries in zithouding weten te krijgen en bad, tot wie dan ook, dat het alsjeblieft snel over kon zijn. Tranen over mijn wangen, een gloeiend rode neus van het ijs en naar adem happend. 

Lisa, de jongste dochter, aanschouwde dit alles, leunde tegen de deurpost, trok een wenkbrauw op en vroeg, enigszins verbouwereerd; 

“Oké, maaruh… we gaan nog wel naar Scheldorado, toch?”. 

 
© Eveline – Oktober 2016