Toen was het stil

Er zijn er getrouwd.

Er zijn er begraven.

Er hebben er om vergiffenis gevraagd.

Er zijn er gedoopt. Ook ik! Op een koude dag eind 1983. Samen met een lief klein jongetje, een dorspgenoot. Een dorspgenoot die er ruim 23 jaar later begraven werd. Auto-ongeluk. Bah!

Ik werd er, net als zoveel anderen, ieder week door mijn moeder mee naar toe genomen. Iedere zondag opnieuw. Naarmate ik ouder werd begon ik langzaam steeds minder mee te gaan, maar de basis was er gelegd.

Ik volgde er zondagsschool. Bonte-avonden. Wafels bakken en rommelmarkt.

In de ochtend, de middag, de avond; ieder uur de klokken. Het uitzicht, het beeld.

De kerk.

De kerk in het Zeeuwse dorp Hoek. Op “d’n-Oek” is gister dé protestants-hervormde kerk bijna volledig afgebrand. Toen de brandweer eenmaal ter plaatse was, was er al geen houden meer aan. Het helder rode vuur was zichtbaar achter het glas-in-lood en de mensen die er rond stonden, konden slechts met weemoed toekijken.

Toekijken hoe de hel in de hemel bulderde. Hoe het glas sprong. Hoe de toren instortte en hoe het dak verpulverde.

Toekijken hoe tal van herinneringen in rook opgingen.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/e64/47186863/files/2015/01/img_5790.jpg

Toen ik later de dag op Hoek ging kijken, was het vuur gedoofd.

De kerk ook.

Het geluid ebde weg. Het werd stil.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/e64/47186863/files/2015/01/img_5791.jpg

Terwijl ik door de roet-schilfers tot aan het afgezette gedeelte schuifelde, rook ik het zwarte slagveld. Ik zag de puinhoop van steeds iets dichterbij. Ik sloeg een hand voor m’n mond van schrik en ik keek naar de ingang, die gek genoeg nog helemaal intact leek.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/e64/47186863/files/2015/01/img_5792.jpg

De stilte bleef over. Stilte, op het uur, ieder uur opnieuw.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/e64/47186863/files/2015/01/img_5793.jpg

Stilte op Hoek. 1 januari 2015.
Een nieuw jaar, met een zwart randje op de eerste dag.

© Eveline – Januari 2015

Toeval? Of te-toevallig?

Wanneer (jonge-) mensen ernstig ziek zijn, dan stijgt mijn respect en waardering énorm. En ik weet niet of dat nou is omdat zij ziek zijn, of omdat zij met het leven omgaan met zo’n instelling als; iedere dag is een cadeautje! Zij gaan anders naar het leven kijken. Naar het leven en naar de dood. En daarna?!?

Tom

Ik ken een jongen. Of eigenlijk kende een jongen. Een oud-klasgenoot, een dorpsgenoot, een allemansvriend. Hij is eerder dit jaar overleden op 32 jaar. Aan kanker. Die kl*te kanker weer! Zijn vrouw (een vriendin van mij) liet hij als weduwe achter, op 25-jarige leeftijd. Maak dat mee, half de 20 en dan weduwe.

Eerder dit jaar ben ik met mijn gezin naar de Alpe d’Huez gegaan waar mijn man mee deed aan de Alpe d’HuZes 2014. Dé berg op fietsen om geld op te halen voor KWF kankerbestrijding. We zouden oorspronkelijk samen fietsen maar omdat ik ten tijden van de Alpe d’HuZes inmiddels zeven maanden zwanger was, bleek dit geen goed idee meer 😉 . Wat ik wél kon doen, was langs de route die gefietst werd, kaarsjes laten zetten voor dierbaren die aan kanker zijn overleden. Als mooi gebaar. Ik besloot een kaarsje te zetten voor mijn tante en een kaarsje voor Tom.
(Omdat mijn moeder niet aan kanker is overleden, heb ik voor haar een kaarsje thuis gebrand).

De kaarsen

Kaarsen kon (moest) je daar in een houder kopen en deze kregen dan een nummer. Je kon een naam en een bericht er op zetten, en van de organisatie plaatsten ze de kaarsen dan vervolgens langs de route. Je kon zelfs kiezen in welke bocht je ze wilde terug zien en de dag daarna konden ze weer opgehaald worden. “Mijn” kaarsjes kregen nummer 698 en 699. Bon, prima.

Mijn verwachting was dus, dat je de dag na de koersdag dan naar datzelfde kraampje zou gaan, je je nummertjes zou geven en dat zij dan binnen enkele ogenblikken met “jouw” kaarsjes aan zouden komen. Niets was minder waar (what was I thinking!). Alle kaarsen (en we praten over zo’n kleine 1500 in totaal) waren allemaal opgehaald en uiteengezet op een grasveld. Er was geprobeerd ze per honderdtallen bij elkaar te zetten maar dit was zo goed en zo kwaad als mogelijk, soms wel, soms niet gelukt. En je moest zelf gaan zoeken.

Nummer 699?

De kaars voor mijn tante stond netjes daar waar die hoorde; bij het juiste honderdtal, mooi op volgorde. De kaars van Tom was onvindbaar. Djuh!!! Ik was een half uur aan het zoeken geweest, toen ik het besef kreeg dat het een keer genoeg was; wij hadden namelijk nog een autorit van zeker tien uur voor de boeg. Maar wanneer geef je het op hè?!

Als een verloren vogeltje stond ik tussen al die kaarsen, samen met nog een hoop andere mensen, allemaal naarstig op zoek naar hét dierbare kaarsje.

Er flitste door mijn gedachte;
‘Tom, als je hier, daar of waar dan ook bent, help me dan even! Ik heb het je vrouw beloofd met je kaars thuis te komen!’

En gelijk er achteraan dacht ik;
‘Kijk mij nou zielig doen, wat een onzin! Get real woman. Die kaars vind je gewoon niet meer!’.

Desalniettemin begon ik te lopen en liep naar een vak kaarsen een stuk verderop. Ik boog voorover en zag ‘m uit het niets ineens staan.

Nummer 699; Tom.

Krijg nou wat! Totaal onlogisch tussen kaarsen waar die niet hoorde te staan. Hij stond er wel.

Toeval? Of te-toevallig?

IMG_3442.JPG

© Eveline – Oktober 2014

Het kan!

Oorlogen! Aanslagen! Rellen! De beelden die wij te zien krijgen van “Verweggistan” zijn niet fraai en zeer beangstigend. En waar gaat het over? Over land? Over geloof? Heeft dat überhaupt nog íets met het geloof te maken?

Wel weet ik dat het (ongemerkt en onbedoeld) onze kijk op geloven verandert. Terwijl bijna iedereen in de wereld het er samen over eens is; dit kan toch zo niet langer?! En toch moet ook ík eerlijk bekennen, dat wanneer ik een dame volledig in zwart bedekt over straat zie gaan, waarbij alleen haar ogen te zien zijn, ik niet goed houding weet te geven. Totaal onterecht, want die mevrouw is een mevrouw zoals iedere vrouw, met dromen en angsten. Met haar geloof en haar gezin. Met een mening. En zij mag zich kleden zoals zij wenst. Alleen zie ik enkel een zwart gewaad en hoe moet ik dan zien wat zij weet?

Bij mijn jongste dochter en zoontje op het kinderdagverblijf werkt een meisje. Negentien jaar oud. En zij laat alleen haar mooie gezicht zien. Al de rest is bedekt. Niet alleen haar volledige lichaam (op haar handen na), maar ook haar nek, haar oren, haar haar. Toen ik dit voor het eerst zag, kreeg ik die houding weer… die “ik-weet-mij-geen-houding-te-geven”-houding. Eigenlijk onzinnig. Ik snap mezelf niet, want ik respecteer het volledig, maar het was nu eenmaal zo.

Momenteel ben ik aan het genieten van mijn twee laatste weken verlof en mijn zoontje van 9 weken oud is in deze twee weken enkele dagen aan het wennen op het kinderdagverblijf. Omdat ik nog bezig ben met een voorraadje moedermelk aan te leggen, ga ik deze “oefen-dagen” nog een aantal keer per dag op en neer om hem dáár te voeden.

Terwijl ik op 1 van die dagen mijn zoon aan het voeden was, besloot ik in gesprek te gaan met de bedekte stagiaire. Er bleek een ontzettend fijn mens onder de gewaden te zitten. Een meisje wat haar studie met veel plezier doet, wil & zal gaan afmaken.

Een meisje wat werkt aan haar toekomst.

Een meisje met een stem.

We kregen het over het hele “vooroordeel”-onderwerp. Ik bekende ook schuld… dat ik even twee keer moest kijken toen ik haar voor het eerst op de groep zag. Zij moest lachen en vond dit niet erg. We waren het er over eens dat wanneer mensen elkaar gewoon in hun waarde zouden laten, ze in harmonie erg oud met elkaar kunnen worden. We kwamen unaniem tot de conclusie dat we helemaal niet tegenover elkaar hoeven te staan….

… dit terwijl we tegenover elkaar stonden. Zij volledig bedekt. Ik met een borst bloot, terwijl mijn zoontje net had los gelaten. Ik vroeg of ik naar aanleiding van ons gesprek een blog mocht schrijven en ons gesprek er dan bij mocht halen. Dit vond zij een goed plan =).

Kort daarna reed ik met mijn auto over het parkeerterrein van de supermarkt. Ik passeerde een auto precies zoals die van mij. Ik zag de bestuurder zijn raampje open doen en ik deed hetzelfde. Ik aanschouwde een Islamitisch gezin. Allemaal breed-uit-lachend. De vader van het gezin zei tegen mij;

“Dezelfde auto! Mooi issie hè?!”.

We moesten allemaal lachen en reden verder ons leven in.

In harmonie met elkaar leven. Tegenover elkaar en toch op 1 lijn.

Het kan! Echt!

IMG_3321.JPG

© Eveline – Oktober 2014