Larger than life

Vandaag deel 2, van mijn persoonlijke verhaal over de vroeggeboorte van onze jongste dochter. Heb je deel 1 nog niet gelezen? Klik hier.

—-

Geduld, is wat er vanaf toen opgebracht moest worden. De weeënremmers werkten, en ik werd nauwlettend in de gaten gehouden door de artsen en verpleegkundigen. Het geschatte gewicht van ons baby’tje op de dag dat mijn vliezen braken, was niet meer dan 1,1 – 1,2 kilo. Normaal gesproken wanneer je vliezen breken, is het het beste om binnen 24 uur te bevallen. Maar in mijn geval niet perse. Hoe langer de kleine nog binnen de buik zou blijven, hoe beter het voor haar zou zijn. Maar ja, met gebroken vliezen is de kans op infectie heel groot, en dat is gevaarlijk, zowel voor moeder als voor kind. Dus met gebroken vliezen blijven lopen was een risico, maar haar nu al laten komen ook. Impasse. Koorddansen puur sang. 

Dus geduld. Geduld was wat restte. 

De eerste dag dat dit alles begon, raakte ik volledig in paniek. Heel die dag heb ik vol onrust gezeten. Maar vanaf dag 2 was die onrust gek genoeg weg. Ik wist, diep van binnen; dit komt goed. Ik wist niet hoe en/of hoe lang die weg zou zijn, maar wel dat het goed zou komen. 

We hadden allemaal het idee dat wanneer ik van de weeënremmers afgehaald zou worden, dat het spektakel dán zou beginnen. Op dag 3 haalden ze mij van deze remmers af. Kijken wat er zou gebeuren. Een kriebel in mijn buik… Showtime!!!!! Althans…. dat dachten we dus. Niets bleek minder waar! De weeën kwamen wel, maar zachtjes. En af en aan. Er gebeurde niets noemenswaardig. 

Bijna 11 dagen… uuuh ja, jullie lezen het goed; BIJNA ELF DAGEN…. heb ik in het ziekenhuis bed gelegen. Ik mocht er alleen uit voor “een was en een plas”. En dat was het. Vijf keer per dag werd ik getemperatuurd. Drie keer per dag aan het CTG-apparaat. En eenmaal per dag een trombose-prik. 

Beide benen. Beiden blauw. 

Hoewel het als een tergende periode geclassificeerd kan worden, is het verbazingwekkend hoe snel je dan alsnog je weg probeert te vinden. Je maakt er het beste van. Ik kreeg een heuse routine; verpleegkundige-bezoek om half 7. Kattenwas om 7. Ontbijt om half 8. Nieuws, Oprah Winfrey en National Geographic. Artsen-bezoek voor 11en en trombose-prik voor 12. Lunch, tukje, boekje, bezoekje. En kort daarna het avond eten. 

De laatste dag (waarvan we dat natuurlijk op die dag zelf nog niet wisten), kreeg ik de zoveelste echo. De kleine meid lag goed met haar hoofd naar beneden en nog nét genoeg vruchtwater om niet droog te komen te liggen. Mijn vliezen waren dan wel gebroken, maar het lichaam maakt ook nieuw vruchtwater aan. En door de bedrust bleef er genoeg binnen. De gynaecoloog had gezegd; 

“Het gaat goed hoor! Dit kan nog wel een maand duren!”. 

En hoewel je natuurlijk alleen maar het beste wil voor je kind, barstte ik in huilen uit. Ik was het kotsbeu!!! Kut gebroken vliezen (ironische woordkeuze 😋). Kut ziekenhuis. Kut tijdsverspilling. Kut, ALLES! Ik miste mijn gezin. Ik miste de eerste schooldag van onze oudste dochter en zoals het er naar uit zag, zouden we ook haar verjaardag in het ziekenhuis vieren. Bah! 

Heel die verdere dag zitten brullen. Ik zwelgde en werd niet goed van mezelf. 

Kut, mezelf. 

Tot je jezelf vermant en beseft dat ’t helemaal niet om jou gaat. Niet ik-ik-ik. Het is baby-baby-baby. So pull yourself together en ga er voor. WOMAN!!!

Die avond kreeg ik koorts. En pijn onderin mijn rug. Achteraf gezien bleken dit rug-weeën te zijn, maar omdat ik bij de oudste nooit rug-weeën heb ervaren (“louter” buik-weeën), herkende ik dit dus niet. Maar het CTG gaf inderdaad weeën-activiteit aan. En de koorts liep op. Om half 11 ’s avonds concludeerde de gynaecoloog; 

“Ja hoor mevrouw, na bijna 11 dagen, is het nu dan eindelijk zo ver! Echter…. tja.. u heeft wel al ontsluiting, maar vanwege de koorts kunnen we er niet verder op wachten. Het wordt een spoedkeizersnede! NU!”. 

Ik trok wit weg. Ik wilde helemaal geen keizersnede. Want dat zou een ruggenprik betekenen. En dáár scheet ik pas voor in m’n broek !!!! Niet voor bevallen zonder verdoving, maar juist voor een ruggenprik. Maar ja, een keizersnede zonder ruggenprik, is nou ook niet echt een optie 😉. 

Vanaf toen ging het in sneltreinvaart. Het ging zo vlug en het overviel me alsnog zo enorm, dat ik er bijna van moest kotsen. Mijn man was op de valreep op tijd terug in het ziekenhuis. Terwijl hij in een ander kamertje steriele blauwe kleding aan moest doen, werd ik alvast de operatiekamer binnen gerold. 

En het moment waar ik bang voor was kwam… ik moest recht gaan zitten voor de ruggenprik. Slik! Met trillende handjes kwam ik omhoog. De gynaecoloog zag mijn angst, ging voor me staan en zei;

“Wat voor woorden heb je getatoeëerd op je voet? Daar staat toch; ‘Larger than life’? Denk daar dan maar aan. En dan komt dit vanzelf goed!”. 

Wow! Hoe meedenkend!  😀

Ik bolde m’n rug en de anesthesist schoof de ruggenprik daar waar die moest. Ik was er zo bang voor geweest dat het uiteindelijk werkelijk geen drol voorstelde. 

De big deal…. die big deal moest nog komen! 

  
(Mijn man, vlak voor hij de operatiekamer binnen mocht komen. Hij besloot nog een soort van selfie te maken 😄.) 

To be continued. Maandag deel 3. 

© Eveline – September 2015

Een droomnacht in september

Het was midden in de nacht geweest, rond 3 uur. Slecht weer. Het ziekenhuis-nachtlampje was het enige licht dat we hadden gehad, terwijl we naar elkaar in de donkerte keken. Zij, charismatisch, op een stoel een beetje onder uit gezakt, leunend tegen de vensterbank. Ik in het ziekenhuisbed, aan toeters en bellen.

Het was de nacht voordat de jongste dochter geboren werd. Nog altijd veel te vroeg op 33,5 week, maar we hadden het toch al 11 dagen kunnen rekken, met weeënremmers en een hele hoop geduld.

In zak en as

De dag voor dat de telg haar aankondiging deed, zat ik er helemaal door heen. Al anderhalve week lang aan dat ziekenhuisbed gekluisterd. Al anderhalve week lang, mijn man en (oudste-) dochter iedere dag zonder mij naar huis zien gaan. Iedere dag opnieuw allerlei stomme onderzoeken, echo’s, prikken en nieuwe draadjes gespannen krijgen. Ik was het helemaal zat, die ene dag daarvoor. De lucht bevond zich in grauwe & dreigende staat, en mijn humeur ook. En in de nacht die volgde, sprak ik haar. Dé zuster, slechts een paar jaar ouder dan ik.

In de tien dagen voorafgaand aan die bewuste nacht, had zij enkel de nachtdiensten gedraaid denk ik, want ik had haar niet veel (of zelfs helemaal nog niet) gezien. Maar die nacht zocht ze mij dus op. Ik was moe en verdrietig en zij steunde mij, toen ik dat het hardst nodig had. Midden in de nacht, met woorden alsof we elkaar al járen kenden.

“Besef dat jij de enige bent die er voor je kleintje kan zijn momenteel. Je baby vertrouwt volledig op jou. Jíj bent alles wat ze heeft op dit moment, dus je bent het verplicht aan haar om dapper te blijven!”.

Haar woorden hebben me er bovenop geholpen. Die bewuste septembernacht in 2011.

De geboorte

De ochtend kwam, en de nachtzuster ging. Een goede 16 uur later kwam onze jongste dochter ter wereld. Daar was ze dan!

Ik heb in de maanden daarna nog vaak aan dé nachtzuster gedacht. Ik heb haar nooit meer gezien, gesproken of bedankt en wist ook niet hoe ze heette. Kort geleden dacht ik weer eens aan haar. Hoe zou het háár vergaan met haar wijze woorden en, en… nou ja, gewoon; enzo! Enzo met “mijn” nachtzuster. Met de geboorte van Max vorige maand, heb ik goed gekeken naar al het personeel in het ziekenhuis, maar geen spoor van “de mijne”. Je bent op den duur bijna geneigd om te gaan denken dat je het gedroomd hebt.

Maar ik had het niet gedroomd!

Echt niet!

Toch?

Tóch?!?!?!

Het leven gaat door…

Gistermorgen ging ik voor het eerst naar het zogeheten “borstvoedingscafé” hier in het ziekenhuis. Iedere maandagochtend van 10 tot 12 uur komen in een gezellige ruimte mama’s te samen die allemaal borstvoeding geven. Het is niet alleen erg leuk, maar tevens kunnen de mama’s er ook met hun praktische vragen terecht, bij de lactatiekundige die er standaard bij aanwezig is. Vanmorgen besloot ik ook te gaan.

Ik kwam aangesjouwd met onze kleine knul in de maxicosi en de jongste dochter (net 3 dus) aan de hand. Ik deed de deur open, stapte binnen en…

…. keek zuster aan.

Mijn zuster!!!! De nachtzuster van toen. Die nu als lactatiekundige aanwezig was.

Na 3 jaar kon ik eindelijk bedankt zeggen en dat heb ik dan ook volmondig gedaan. Ik was bijna in staat tot omhelzen, maar kon me nog net beheersen.

En na 3 jaar, kon ik tevens definitief voor mezelf vaststellen…

…dat het toch echt geen droom is geweest… 😉

De droomnacht in september.

IMG_2793.JPG

© Eveline – September 2014