Onaantastbaar

Onaantastbaar, omdat je het niet ziet.
Volledig solide, maar toch ook weer niet.

Onaantastbaar, het treft mij in vlagen.
De tijd gaat voorbij, ook de onbeantwoorde vragen.

Ondanks de zekerheid van de dood, is het soms nog altijd niet te bevatten.
Niet te bevatten dat jij er niet meer bent.

Onaantastbaar is het gesleten verdriet, het gemis, de tijd zonder jou.

Maar, wanneer mijn jongste dochter dan uit het niets ineens zegt dat oma “Hoek” voor de deur staat, tovert dat een heuse glimlach op mijn gezicht. Want ik kan wel tegen dat peutertje zeggen dat dat niet kan of niet bestaat…

… maar wie zegt dat?

Onaantastbaar… Dat blijft het wel.

IMG_3911.JPG

© Eveline – Oktober 2014

Toeval? Of te-toevallig?

Wanneer (jonge-) mensen ernstig ziek zijn, dan stijgt mijn respect en waardering énorm. En ik weet niet of dat nou is omdat zij ziek zijn, of omdat zij met het leven omgaan met zo’n instelling als; iedere dag is een cadeautje! Zij gaan anders naar het leven kijken. Naar het leven en naar de dood. En daarna?!?

Tom

Ik ken een jongen. Of eigenlijk kende een jongen. Een oud-klasgenoot, een dorpsgenoot, een allemansvriend. Hij is eerder dit jaar overleden op 32 jaar. Aan kanker. Die kl*te kanker weer! Zijn vrouw (een vriendin van mij) liet hij als weduwe achter, op 25-jarige leeftijd. Maak dat mee, half de 20 en dan weduwe.

Eerder dit jaar ben ik met mijn gezin naar de Alpe d’Huez gegaan waar mijn man mee deed aan de Alpe d’HuZes 2014. Dé berg op fietsen om geld op te halen voor KWF kankerbestrijding. We zouden oorspronkelijk samen fietsen maar omdat ik ten tijden van de Alpe d’HuZes inmiddels zeven maanden zwanger was, bleek dit geen goed idee meer 😉 . Wat ik wél kon doen, was langs de route die gefietst werd, kaarsjes laten zetten voor dierbaren die aan kanker zijn overleden. Als mooi gebaar. Ik besloot een kaarsje te zetten voor mijn tante en een kaarsje voor Tom.
(Omdat mijn moeder niet aan kanker is overleden, heb ik voor haar een kaarsje thuis gebrand).

De kaarsen

Kaarsen kon (moest) je daar in een houder kopen en deze kregen dan een nummer. Je kon een naam en een bericht er op zetten, en van de organisatie plaatsten ze de kaarsen dan vervolgens langs de route. Je kon zelfs kiezen in welke bocht je ze wilde terug zien en de dag daarna konden ze weer opgehaald worden. “Mijn” kaarsjes kregen nummer 698 en 699. Bon, prima.

Mijn verwachting was dus, dat je de dag na de koersdag dan naar datzelfde kraampje zou gaan, je je nummertjes zou geven en dat zij dan binnen enkele ogenblikken met “jouw” kaarsjes aan zouden komen. Niets was minder waar (what was I thinking!). Alle kaarsen (en we praten over zo’n kleine 1500 in totaal) waren allemaal opgehaald en uiteengezet op een grasveld. Er was geprobeerd ze per honderdtallen bij elkaar te zetten maar dit was zo goed en zo kwaad als mogelijk, soms wel, soms niet gelukt. En je moest zelf gaan zoeken.

Nummer 699?

De kaars voor mijn tante stond netjes daar waar die hoorde; bij het juiste honderdtal, mooi op volgorde. De kaars van Tom was onvindbaar. Djuh!!! Ik was een half uur aan het zoeken geweest, toen ik het besef kreeg dat het een keer genoeg was; wij hadden namelijk nog een autorit van zeker tien uur voor de boeg. Maar wanneer geef je het op hè?!

Als een verloren vogeltje stond ik tussen al die kaarsen, samen met nog een hoop andere mensen, allemaal naarstig op zoek naar hét dierbare kaarsje.

Er flitste door mijn gedachte;
‘Tom, als je hier, daar of waar dan ook bent, help me dan even! Ik heb het je vrouw beloofd met je kaars thuis te komen!’

En gelijk er achteraan dacht ik;
‘Kijk mij nou zielig doen, wat een onzin! Get real woman. Die kaars vind je gewoon niet meer!’.

Desalniettemin begon ik te lopen en liep naar een vak kaarsen een stuk verderop. Ik boog voorover en zag ‘m uit het niets ineens staan.

Nummer 699; Tom.

Krijg nou wat! Totaal onlogisch tussen kaarsen waar die niet hoorde te staan. Hij stond er wel.

Toeval? Of te-toevallig?

IMG_3442.JPG

© Eveline – Oktober 2014