Voor Jan… hond.

Met je hond naar de dokter. De dierenarts dus. Dat doe je niet voor niks. Dat doe je, als er echt iets speelt. Wij dan toch. Zo was ons hondje onlangs ziek. Althans, ziek als in: hij kon ineens niet meer lopen en sleepte met zijn achterlijfje. Jeetje, je schrikt je wild. Ik kwam thuis van mijn werk, en mijn vader (die op dat moment op de kids aan het passen was) deelde dat plots mede:

“De hond kan niet meer lopen! Kijk maar, hij lijkt wel verlamd!”.

Yooooo! “Gezellig”! En dat ook nog eens op vrijdagavond.

Halsoverkop naar de DAP. Ja, ik noem het de DAP. Dat is dus niet de HAP, maar de DAP. De dierenartsenpost. Toen we thuis weggingen moesten we het hondje dramatisch dragen, want hij gaf overuidelijk te kennen dat zelf lopen ondoenlijk was. Met opengesperde kraaloogjes keek hij ons aan, alsof hij wilde zeggen: Ik krijg zo een spuitje, is het niet?!

En wat denken jullie….. Eenmaal daar begon het hondje met zijn staartje te kwispelen en liep zowaar… gewoon…. normaal! Op en mét 4 pootjes. Oké, niet dravend ofzo, maar hij liep.

UUUUUH, excuse me?

Het was net een kind! Hoe vaak we dát al wel niet hebben meegemaakt met onze kinderen. Ja, niet dat ze ineens niet meer konden lopen en bij de HAP dan weer wel… maar ik bedoel: doodziek met 40 graden koorts een aantal dagen liggen kwijnen, niet meer drinken, niet meer eten, niks meer doen…… vervolgens in het weekend de HAP bellen uit pure angst, daar vervolgens komen en….. gaat dat kind spelen. Kletsen. Drinken. Koorts weg.

Hop.

Zit je daar. Voor Jan meneer met de korte achternaam.

Nou ja, Jan meneer hond dus in dit geval.

De dierenarts bekeek hem en concludeerde dat het hondje wel degelijk een enorme verstuiking of verzwikking had. Maar verder hoefden we ons geen zorgen maken. Hij kreeg een (pijnstillende-) injectie en we kregen voor hem pijnstillers in tabletvorm mee naar huis. Dit zou dik in orde komen.

Eenmaal thuis keek ons hondje ons weer doodzielig aan.

Sleepte weer een beetje met de pootjes.

Hij zei nog net geen “au”.

Ocherme. Het is af en toe net zo’n kind ;-).

Kenji 002

(Gelukkig gaat het inmiddels beter met hem :-D. Lief ding! Blij dat hij er is.) 

© Eveline – Februari 2016

Clueless? 

Afgelopen week kwam er plots niet een vriendinnetje tussen de middag met onze oudste dochter mee naar huis, maar een vriendje. Een heus vriendje. Flabbergasted als ik was en eerlijk moest bekennen even aan dit idee te moeten wennen (welgeteld drie seconden), was het hartstikke gezellig. 

Na de boterhammen gingen ze nog even in de woonkamer spelen en onze hond (die Kenji heet) deed vrolijk mee. Op een gegeven moment stonden de twee zeven-jarigen tegen over elkaar en de hond kwispelde tussen beiden. Onze dochter vroeg ineens aan het vriendje; 

“Weet jij hoe onze Kenji heet?”. 

Ze keek mij onmiddellijk lachend aan en besefte dat ze zojuist het antwoord al gegeven had. Oeps! 

Het vriendje kon het totaal niet deren overigens. 

Zijn reactie was dan ook; 

“Nee, hoe heet die?”. 

  

© Eveline – April 2015

Stront aan de knikker

De gedachtes van een kind zijn goud waard. Maar af en toe zou het je ook alleen maar stront aan de knikker opleveren.

Gisteren scheet onze hond in huis. Toen ik paniekerig met keukenrol en dethol-spray aan de slag ging, kwam ik al snel tot de conclusie dat het geen vaste drollen waren. De buitenkant leek sterk en krachtig, maar bij het opruimen hiervan bleek het al snel een soort van kaartenhuis te zijn. Een kaartenhuis van diarree.

De baby begon te huilen, de peuter piestte haar broek nat en de oudste telg aanschouwde dit alles met open mond.

Allemaal tegelijkertijd! Fractie van een seconde.

Wanhopig keek ik naar de uiteengevallen drollen-diarree en vervolgens naar mijn kinderen.

Zowel de hond, als de nat-geworden-peuter keken niet (terug) naar mij, maar het zichzelf-onder geplaste meisje kon het liet laten in het luchtledige te galmen;

“Ah joh, laat toch liggen!”.

IMG_4390.JPG

© Eveline – November 2014