Engel! 

Je beseft je (gelukkig maar!) te weinig dat het echt zó gedaan zou kunnen zijn. Gedaan als in; klaar, het leven! Finito! Pats boem! Dood! 

Nog geen twee weken geleden stonden we met pech langs de weg. Knipperlichten aan, hulp onderweg. We stonden op een polderweg waar je 60 mag rijden. Omdat wij de knipperlichten dus aan hadden en overduidelijk in panne stonden, namen de -tot dan toe- voorbij rijdende auto’s de moeite om wat vaart te minderen en met gepaste snelheid én afstand voorbij te rijden. 

Hulp arriveerde, en parkeerde de bus precies met de neus tegenover die van ons. Ik stapte uit en liep tussen de 2 voertuig-neuzen in naar de straatkant van de auto’s om de helpende hand tegemoet te lopen. Ik had (stom ook!) niet eerst naar links gekeken voordat ik vanuit het midden langs de auto’s wilde lopen. Ik draaide in en liep langs het randje. 

En toen gebeurde het. Plots hoorde ik een enorme voertuigsnelheid en als met een soort van razende tornado voelde ik iets langs m’n arm schaven. Ik zag vervolgens een auto langs me heen weg knallen. Een auto, een tieran, een monster, die mij zojuist echt hartstikke dood had kunnen rijden. Mijn man hing plots half uit onze auto en riep me toe; 

“Jezus, Eveline, je wordt bijna door één of andere idioot doodgereden! Jij moet ook uit kijken!!”. 

De ernst nog niet beseffend, liep ik hele nonchalant door en trof mijn schoonvader aan de andere kant van het busje aan, die ons dus kwam helpen. Kort daarna konden we verder rijden (tot thuis dan toch in ieder geval 😉). 

Eenmaal thuis begon ik plots te rillen en de tranen maakte hun entree op het toneel. Ineens besefte ik, dat hetgeen wat ik langs m’n arm had gevoeld, een zijspiegel moest zijn geweest. En het was echt maar licht schaven geweest, maar wel duidelijk voelbaar. Zo dichtbij was die razende reporter langs mij heen geroetsjt. En dan dus veel te hard. Maar goed, al had hij (of zij) niet te hard gereden en gewoon netjes 60, dan ben je nog zo plat als dubbeltje als je wordt geraakt. 

Het leven is -haast- relatief. Je snapt pas weer echt wat voor groot en bijzonder iets het is, als het in gevaar is (of is geweest). In één klap besefte ik dat het zo voorbij had kunnen zijn. Gelukkig geen daadwérkelijke klap en kon ik het thuis navertellen…. 

… met een bijna zichtbaar grote engel op mijn schouder. 😊 

  
© Eveline – Oktober 2015

Semi ad rem

Oude bekenden tegen komen kan ofwel heel leuk en gezellig zijn, ofwel heel awkward.

Vorige week trof ik zo’n “oude bekende”. Aardige meisje hoor, maar ze zegt wel eens de foute dingen op het goede moment (of ja; is er eigenlijk wel een goed moment voor foute opmerkingen?). Hoe dan ook, na wat koetjes & kalfjes liet ik aan haar weten, met een dikke smile, dat onze zoon gezegend is met maar liefst drie mama’s; ondergetekende en zijn twee grote zussen.

Waarop zij (in pure ernst!) reageerde, met de “dooddoener”:

“Oh, da’s wel handig, mocht je dan weg komen te vallen…!”,

gevolgd door een pijnlijke stilte.

Yoooooo!!!!!

Ik trok een wenkbrauw héél hoog op en kon in mijn aller-vermoeidheid zo 1-2-3 geen ad rem-gevatte reactie verzinnen. Maak dat mee!

Dus hield ik het maar bij;

“Annnnnnyway, zo te ruiken heeft Max er schijt aan, dus er is werk aan de winkel. Tot later weer… of nou ja; als het goed is dan, hè!”, en terwijl ik verder liep gaf ik haar een knipoog.

Met open mond liet ik haar achter.

Nah, dit valt alsnog wel onder categorie -semi ad rem reageren- dan ;-).

IMG_4460.JPG

© Eveline – November 2014

Toeval? Of te-toevallig?

Wanneer (jonge-) mensen ernstig ziek zijn, dan stijgt mijn respect en waardering énorm. En ik weet niet of dat nou is omdat zij ziek zijn, of omdat zij met het leven omgaan met zo’n instelling als; iedere dag is een cadeautje! Zij gaan anders naar het leven kijken. Naar het leven en naar de dood. En daarna?!?

Tom

Ik ken een jongen. Of eigenlijk kende een jongen. Een oud-klasgenoot, een dorpsgenoot, een allemansvriend. Hij is eerder dit jaar overleden op 32 jaar. Aan kanker. Die kl*te kanker weer! Zijn vrouw (een vriendin van mij) liet hij als weduwe achter, op 25-jarige leeftijd. Maak dat mee, half de 20 en dan weduwe.

Eerder dit jaar ben ik met mijn gezin naar de Alpe d’Huez gegaan waar mijn man mee deed aan de Alpe d’HuZes 2014. Dé berg op fietsen om geld op te halen voor KWF kankerbestrijding. We zouden oorspronkelijk samen fietsen maar omdat ik ten tijden van de Alpe d’HuZes inmiddels zeven maanden zwanger was, bleek dit geen goed idee meer 😉 . Wat ik wél kon doen, was langs de route die gefietst werd, kaarsjes laten zetten voor dierbaren die aan kanker zijn overleden. Als mooi gebaar. Ik besloot een kaarsje te zetten voor mijn tante en een kaarsje voor Tom.
(Omdat mijn moeder niet aan kanker is overleden, heb ik voor haar een kaarsje thuis gebrand).

De kaarsen

Kaarsen kon (moest) je daar in een houder kopen en deze kregen dan een nummer. Je kon een naam en een bericht er op zetten, en van de organisatie plaatsten ze de kaarsen dan vervolgens langs de route. Je kon zelfs kiezen in welke bocht je ze wilde terug zien en de dag daarna konden ze weer opgehaald worden. “Mijn” kaarsjes kregen nummer 698 en 699. Bon, prima.

Mijn verwachting was dus, dat je de dag na de koersdag dan naar datzelfde kraampje zou gaan, je je nummertjes zou geven en dat zij dan binnen enkele ogenblikken met “jouw” kaarsjes aan zouden komen. Niets was minder waar (what was I thinking!). Alle kaarsen (en we praten over zo’n kleine 1500 in totaal) waren allemaal opgehaald en uiteengezet op een grasveld. Er was geprobeerd ze per honderdtallen bij elkaar te zetten maar dit was zo goed en zo kwaad als mogelijk, soms wel, soms niet gelukt. En je moest zelf gaan zoeken.

Nummer 699?

De kaars voor mijn tante stond netjes daar waar die hoorde; bij het juiste honderdtal, mooi op volgorde. De kaars van Tom was onvindbaar. Djuh!!! Ik was een half uur aan het zoeken geweest, toen ik het besef kreeg dat het een keer genoeg was; wij hadden namelijk nog een autorit van zeker tien uur voor de boeg. Maar wanneer geef je het op hè?!

Als een verloren vogeltje stond ik tussen al die kaarsen, samen met nog een hoop andere mensen, allemaal naarstig op zoek naar hét dierbare kaarsje.

Er flitste door mijn gedachte;
‘Tom, als je hier, daar of waar dan ook bent, help me dan even! Ik heb het je vrouw beloofd met je kaars thuis te komen!’

En gelijk er achteraan dacht ik;
‘Kijk mij nou zielig doen, wat een onzin! Get real woman. Die kaars vind je gewoon niet meer!’.

Desalniettemin begon ik te lopen en liep naar een vak kaarsen een stuk verderop. Ik boog voorover en zag ‘m uit het niets ineens staan.

Nummer 699; Tom.

Krijg nou wat! Totaal onlogisch tussen kaarsen waar die niet hoorde te staan. Hij stond er wel.

Toeval? Of te-toevallig?

IMG_3442.JPG

© Eveline – Oktober 2014

Leef!

IMG_2869.JPG

Durf te leven!

Leef, en ga de dag tegemoet.
Neem de tijd voor wat het is en laat het door je vingers glippen. Zoals zand, terwijl je dansend je dag doet.

Leef, en sta ook een keer stil.
Stil bij mooie wolken, de koude lucht en een lieveheersbeestje. Adem eens drie keer diep in en uit, en wees blij dat je dat kunt.

Leef, ook op je werk en met collega’s.
Geniet van je bakje koffie, je thee, je water.
Geniet van het koekje erbij.

Leef, en wees niet bang voor wat komen gaat.
Denk aan morgen, herinner je gister, maar leef!
Leef vandaag!

Leef, je mag maar één keer!
Één keer vandaag! Laat je vandaag voor altijd herinneren.

Dus wat ik zeg; leef!

Doe het nu, in het moment wat je je morgen zal herinneren.

© Eveline – Oktober 2014

Afbeelding verkregen via Google.nl