Logie! 

Opa was op zijn kleinzoon (2 jaar oud) aan het passen en samen hadden ze een gesprekje. De tweejarige kletst er inmiddels al een eind op los en begrijpt dan ook het merendeel van wat je tegen hem zegt. Ze hadden het over de tijd en opa liet aan Max weten; 

“Ik kan de tijd zien op mijn ‘logie’, kijk maar!”, 

en hij schoof zijn horloge onder Max z’n neus. 

Max aanschouwde het klokwerk, draaide vervolgens zijn gezicht (met opgetrokken wenkbrauwen) naar opa en zei op rustige, doch zeer duidelijke toon; 

“Opa…… het is HOR-LO-GE! Geen logie!”. 


© Eveline – December 2016

Ja, 66! 

Op vrijdag-middag past mijn vader altijd op onze twee dochters. De meisjes hebben allebei nog de leeftijd (en de bijbehorende klas) dat zij op vrijdag alleen de ochtend naar school moeten en de laatste middag voor het weekend lekker nog vrij zijn. Opa past dan op. Een hele middag. Dapper! 

Vorige week vrijdag kwam ik thuis van het werk en werd weer overspoeld door leuke en komische verhalen. Op een gegeven moment wist onze oudste dochter (8 jr) te vertellen dat zowel haar zusje (4 jr) als opa (66 jr) op de bank een klein tukje hadden gedaan die middag. Maar zij niet meer, zij had geen behoefte gehad aan een middag-slaapje! Opa hoorde dit en reageerde hierop met; 

“Ja, tuurlijk niet, die is 8!”. 

De oudste keek hoogst verbaasd, met opgetrokken wenkbrauw naar opa en flapte er onmiddelijk uit; 

“Ja, tuurlijk wel, die is 66!”. 
 
© Eveline – November 2015

Oppassen

Toen opa voor de vaste opa-oppas-dag voor de deur stond, begon de drie-jarige dame een beetje te mokken. Te draaien. Te miepen. Te stieren. Omdat ze niet wilde zeggen wat er scheelde, ging ik dan ook gewoon verder waar ik mee bezig was; boterhammen smeren in de keuken. 

Na een klein tijdje kwam ze toch af en liet me weten; 

“Ttttt, mam, ik heb vandaag helemaal geen zin om op opa te passen. Kan jij het niet een keer doen?”. 

  
© Eveline – Juni 2015

Laddertje

Gistermiddag moest mijn vader weer naar de specialist voor zijn oog (heb je gemist waar dit over gaat? Klik hier!). Hij moest naar een ziekenhuis, wat wij noemen: “aan de overkant”. Wij wonen aan het einde van de wereld rechtsaf, maar gelukkig verbindt de Westerscheldetunnel ons nog wel met de rest van Nederland. 😉 Maar enfin, met 1 werkend oog rijden en zelfs fietsen is eigenlijk niet zo’n goed idee, laat staan door een tunnel gaan. En dus, reed ik hem heen en weer naar de overkant.

Eenmaal daar aangekomen was het druppeltje hier, zalfje daar, volg het licht hier, echo-apparaat daar. Ja, ook voor het oog heb je echo-apparaten. Er moest tevens een vloeistof in beide ogen worden gedruppeld waardoor zijn pupillen wagenwijd open gingen staan. Het leek, alsof mijn vader zo van een trance-feestje af kwam en daar iets te enthousiast gefeest had.

Toen we voor het laatste onderzoek van die middag aan het wachten waren, begon mijn vader te praten en ik dácht dat hij zou gaan mededelen dat het toch allemaal wel spannend is, zo met dat oog, die onderzoeken en controles. In plaats daarvan kwam er een autistisch kantje naar boven waarbij hij slechts opmerkte;

“Bah, dat geeft toch altijd hinder in je dagelijkse routine hè; ziekenhuisbezoek. Ik hou van orde en regelmaat en dit verstoort het gigantisch!”.

Nee, kijken met 1 oog dan! 😉

Toen we het ziekenhuis uitliepen was mijn oudste dochter (die dus mee was) luidkeels aan het zingen dat we nog niet naar huis gingen en mijn vader liep rond met grote ogen.

Ze keken ons na! Ik zweer het!

Eenmaal thuis zag ik overigens waarom…

foto (42)

Ja, het was weer een bijzonder middagje ;-).

© Eveline – Juni 2015

We zullen wel zien!

Een goede gezondheid; een enorm groot goed! Dat alles werkt zoals het hoort en dat je geen pijn hebt, geen last, geen hinder. Dat dat heerlijk is, wanneer dat zo is. Spijtig eigenlijk dat je je dat pas beseft op het moment dat er wél wat scheelt. Je neemt het vaak voor vanzelfsprekend aan en wanneer iets pijn gaat doen, of functies uitvallen bedenk je je hoe fijn het daarvoor altijd was, wanneer het gewoon “normaal” was. En dan normaal als in: gezond, werkend en/of zonder pijn.

Mijn vader reed vorige week in zijn auto en van het één op het andere moment zag hij door z’n rechter oog niks meer. BAM! Voorzichtig tot aan huis gereden en meteen de dokter gebeld. Oogarts op oogarts-bezoeken volgden en de uitslag was: een bloedinkje in het oog geweest. Niemand kon naar binnen-, en hij niet naar buiten kijken. Door een speciaal echo-apparaat werd wel vastgesteld dat het er verder goed uit zag (ironische woordkeuze). Echter, het kan wel tot aan drie maanden duren voordat zijn zicht weer helemaal terug is! Al met al is de prognose goed: het zicht kómt terug.

Mijn vader moet het momenteel dus heel even doen met 1 oog en da’s best wennen met sommige dingen. Voordat het linker oog de volledige taak van beide ogen namelijk op zich neemt, ben je weer even verder. En dus: zie je in het begin geen diepte, none-what-so-ever! Bij het inschenken van een glaasje wijn bijvoorbeeld, kwam hij daar voor de eerste keer achter. Hij bracht de fles naar zijn glas en… schonk er naast! Dronken en nog niet eens gedronken hebben ;-).

Als je lijf functioneert zoals je verwacht dat het hoort te functioneren (ofwel gewoon goed dus) dan sta je er veel te weinig bij stil dat dat een zaligheid is. Dat je geen pijn hebt. Dat je kunt zien en horen. Sta er af en toe bij stil, dat je kunt rennen ;-).

Toen mijn vader voor de zoveelste controle in de wachtkamer zat, stuurde ik hem een berichtje met succes toe. Zijn reactie daarop was:

“We zullen wel zien!”. 😛

foto (41)

© Eveline – Mei 2015

Nooit saai!

Toen we de weg naar het ziekenhuis in Gent (toen ons zoontje daar kort geleden enkele dagen lag) inmiddels uit ons hoofd kenden, en mijn vader mij daar de laatste avond na een kort huisbezoek terug afzette, besloot hij tóch een andere route te rijden. Namelijk, de route die zijn Tom-Tom aangaf. Oh, die Tom-Tom toch. Weet alles, behalve een praktische weg naar Gent. Echt!

Mijn vader sloeg namelijk plots af, daar waar ik gewoon bijna zeker wist dat we nog rechtdoor moesten. Och, nee toch.

“Uuhm, wat ga je doen pa??”.

“Ja, Tom zegt hier naar rechts!”.

Oh boy! Here we go!

Het apparaat stuurde ons langs wegen die we nog nooit gezien hadden en nooit weder zullen zien. Als klapper op de vuurpijl waren daar omleidingen. Also-also-also. Alleen op díe route. Omleidingen waar Tom ook niks van af wist.

Waren we via de route gegaan die wij al 3 dagen reden naar Gent, hadden we inmiddels al aan de koffie gezeten naast Max, maar neen… Tom (en dus mijn vader) besloot anders. Een andere weg, langs de andere kant. Fijn.

Op een gegeven moment gaf mevrouw-Tom aan dat we over iets meer dan 1 kilometer onze bestemming bereikt hadden.

“Oooooh ja!” , riep mijn vader vol overgave, “Ik herken het weer hoor, aan het einde van deze weg is het ziekenhuis rechts! Zeker weten!!! “.

Hij had z’n zin nog niet fatsoenlijk uitgesproken, of we werden tot stilstand gebracht. Niet zomaar een kleine niets-zeggende omleiding dit keer, maar gewoon een volledig opengebroken weg aan beide kanten!! Mijn vader zag absoluut het probleem niet, en parkeerde ‘m gewoon daar, tot waar hij door kon rijden. Met de neus van zijn auto, kussend tegen het hek aan. Herhaaldelijke berichten van mijn kant af dat je hier volgens mij níet mocht parkeren werden teniet gewuifd.

“Tuurlijk mag ik hier staan, ik kan toch niet verder rijden!! Moeten ze de weg maar niet openbreken, dan hoef ik hier niet te parkeren!”,

waren argumenten die mijn vader zeer plausibel vond.

En dus… daar gingen we. Lopend, langs het hekwerk. Door de blubber. Door de kou. Door de donkerte. En uiteraard had ik hoge hakken aan. Tuurlijk! Semi-stiletto’s om precies te zijn. Ja, ik had verwacht van de parkeergarage naar het kinderziekenhuis-afdeling 2- te moeten (hoeven!) lopen. Ik had niet op half Gent gerekend. Door de bagger. Met zwervers achter me aan. Met sirenes in de verte.

Na ruim een kilometer door het mulle werkzand te hebben afgelegd keken we vol verwachting naar rechts. We troffen….

…. niets.

Het ziekenhuis bleek links.

Ik zeg het je; met mijn vader is het nooit saai 😉.

Mooi man.

IMG_7370

© Eveline – Maart 2015

(Afbeelding verkregen via Google.nl)

De prinses op het witte paard?

Opa ging te voet zijn oudste kleindochter van school halen en dit samen met de jongste kleindochter en de hond.

Het is een redelijk stuk lopen naar de basisschool en op de terugreis, op zo’n 500 meter van ons huis vandaan, liet onze jongste dochter dramatisch aan mijn vader weten dat ze echt, maar dan ook écht niet meer verder kon lopen. Mevrouw haar voetjes deden zeer.

Opa tilde haar liefkozend op en offerde zich als pakezel op; een 14 kilo wegende drie-jarige, een volle schooltas en een hond aan de lijn. Ach, het ging net.

Plots zette de oudste het echter op een rennen en riep met de wind mee richting haar zusje;

“Wie het eerste thuis is!”.

De jongste dochter keek opa met grote verwachtingsvolle ogen aan en gilde ‘m toen in z’n oren;

“Nou…. hup opa, rennen!!!!”,

gevolgd door een klopje op z’n schouder en een tikje met haar voet.

2015/01/img_6440.jpg

© Eveline – Januari 2015