De tandarts

Deze en volgende week moet er bij mij wat herstelwerkzaamheden verricht worden in de mond. Ondanks mijn trouw ieder half-jaarlijkse bezoek, scheelde er ditmaal nogal wat aan het gebit, zoals op de gemaakte foto’s een aantal weken geleden zichtbaar was. Bummer!

Met gezonde tegenzin (nee, dat is niet waar: gewoon met enorme tegenzin) reed ik afgelopen week naar Bergen op Zoom. Jaaah, lang verhaal; wonen in Terneuzen en een tandarts hebben in Bergen op Zoom. Let it pass, gaan we het nu niet (weer) over hebben ;-). Anyway, ik ben zo iemand: wat moet dat moet, niet zeiken! En dit moest gewoon. Desalniettemin had ik lood in mijn schoenen. En hoor eens hier; ik ben echt niet bang voor de tandarts, maar om nou te zeggen dat ik er naar uit keek… NEEN! Stiekem hoopte ik op plotseling gruwelijke sneeuwval. Of met pech langs de weg komen te staan. Of een ziek kind. Ja, hoe erg is dat ja! Daar heb ik even aan gedacht: als ik nou een ziek kind heb, is dat een ijzersterk excuus om af te zeggen! (Ik ga echt naar de hel, ik ben me er van bewust :-P). Enfin… dit gebeurde allemaal (oké, gelukkig dus!) niet. Ik arriveerde er veilig! Ja, niet bij de hel dus, maar bij de tandartsenpraktijk.

Nah….. beetje hetzelfde dan. 😉

Kak.

En ja… dan ben je dus eerst en van al aan de beurt om de boel plat te spuiten. Wel geteld 3 kanten in de toet: allebei de bovenkanten en 1 onderkant.

“Ja,” was zijn speech: “Je kunt niet beide onderkanten van de mond verdoven, want dan kun je je tong in slikken, haha!”.

HA-HA! Ja, tof man! -.-

Hoe dan ook, daarna zit je dan…. vijftien minuten in de wachtkamer, met -voor je gevoel- een kin vol kwijl omdat je hele gezicht hangt. Yo.

Dan de verlossing van het lijden:

“U mag verder!”

Ah crap. Nee, nee, tandartsje, joehoe……. krijg eens een spoedgeval! Een drama! Een overlijden van een onbekende bekende! IETS!!!!! Maar nee hoor, hij kon gewoon beginnen.

En daar lag ik dan. Twee uur. En een beetje. Ofzoiets. Mond wagenwijd open met ALLERLEI attributen. Boren. Zagen. Hakmessen. Op een gegeven moment lag ik met een soort klinisch groen cellofaantje over mijn mond heen, met een gat erin, en door dat gat kon de tandarts dan werken. De betreffende kies waar aan gewerkt werd, lag helemaal bloot, volgens mij met tandhals en al.

“Zal ik het u even laten zien?”.

Nou….. hoef niet per-séééé hoor…..

Toen ging de telefoon. De assistente was er niet en… hij liep weg en nam op! Uuuuuuh, dus…. ik lig hier half stikkend! Wat nou als u nu een spoedgeval krijgt? Een drama? Een overlijden van een onbekende bekende? Of nóg erger: een hartaanval? Daar dacht ik dus serieus over na. In plaats van dan over die arme tandarts na te denken en over het feit dat ik hélemaal niet kan reanimeren, dacht ik alleen: dan lig ik hier maar mooi! Helemaal met m’n smoel vastgezet in de steigers, met klemmen en een drilmachine half in m’n mondhoek, een tandhals bloot en een zenuw geprikkeld. En dan 1-1-2 moeten bellen!

HOE DE HEL MOET IK DAT ZELF LOS GAAN MAKEN DAN?

Bij een noodgeval. Een drama. Een overlijden.

Gelukkig was het telefoongesprek snel voorbij en ging de tandarts verder met de behandeling.

Pfjieuw.

Drie uur later zat ik in de auto terug, bijna thuis. Ik kon geen boe of bah meer zeggen. Maar deel 1 van de werkzaamheden zaten er op. Volgende week deel 2.

Hopelijk gaat ook dát, voorspoedig ;-). Zonder spoedgeval, drama of overlijden.

fokke

© Eveline – December 2015

 

De tandarts & de dunne

Al sinds woensdag zit ik aan de racekak. De dunne. Echt, vreselijk!  Alleszins blij dat het er niet langs boven uit komt (ik ben een kotser van nul), maar toch niet zo erg prettig. Ik kan nauwelijks fatsoenlijk eten, maar het komt er wel dubbel uit. Bummer als je net zo hard je best hebt gedaan om er 2 kilo aan te komen en er vervolgens tegen de 3 weer af te vallen. Enfin, hopelijk snel beterschap. 

Maar even terug naar die woensdag. Eergisteren dus! Ik had in de ochtend nog gewerkt (er moet héél wat gebeuren wil ik me ziek melden) en vervolgens lag ik op m’n vrije woensdagmiddag voor dood vogeltje op de bank. Maar niet lang, want er stond een tandartsafspraak op de planning. Een al een keer verzette tandartsafspraak. En buitenom de dunne, stierf ik ook nog eens van de kiespijn. Deze afspraak kon écht niet weer een maand verschoven worden, mijn kies had assistentie nodig. Maar aangezien onze tandarts niet om de hoek is, maar een ruime 3 kwartier rijden, werd het een uitdaging. Ga ik dat toilet wel of niet tijdig halen…. 

…. dat lukte. Pjieuw. 

Na de controle bleek trouwens niet alleen die ene pijnlijke kies voorzien te moeten worden van een boorsessie, maar ook die daarboven, én aan de andere kant begon zich ook licht wat te ontpoppen. 

“Maar ja”, zo zei onze (oprecht) vriendelijke tandarts; “ik kan niet béide kanten verdoven!”. 

Ik geloof dat hij hiermee suggereerde om 1 kant wel te verdoven en de andere kant gewoon maar zonder te doen. Ik dacht het niet makker! Ik kom dan voor dat kleine euvel aan die andere kies een volgende keer wel terug. 

De verdovingen gingen er (aan 1 kant dus) in en ik mocht weer even plaatsnemen in de wachtkamer. Of nou ja, de wc dus in mijn geval. Toen ik met m’n gezicht half hangend weer terug de behandelkamer in liep glunderde de tandarts. 

“Verdoving werkt zo te zien!”. 

Ja leuk hè! Als ik u heel hard tussen de benen trap werkt dat denk ik ook wel verdovend. Gaat de boel daar ook wel van hangen. 

Ik wist er een (letterlijk) halve lach uit te persen. Meer om mijn eigen gedachte. Hij en zijn assistente gingen vervolgens snel aan de slag, er was een hoop werk te doen. 

Tijdens de behandeling klopte de tandarts breeduit lachend op m’n schouder (dat zag ik gewoon bóven dat witte mondkapje plaatsvinden) en zei; 

“Verdoving werkt goed hè, was ook wel noodzakelijk, ons verdovingsklantje!”. 

Hij heeft volledig een punt. Ik kan niet tegen zenuwpijn. What so ever! Ik kan wel bevallen zonder enige vorm van verdoving, maar zenuwpijn in een kies? No way Jose!!!! Spuit mij maar plat. Desalniettemin vond ik z’n opmerking een beetje denigrerend. Ik ben vást niet de enige die om een verdoving vraagt tijdens een boorbehandeling van een half uur. Ik had bijna zin om gewoon maar een scheet te laten en te kijken hoe ver ik zou komen tegen de ramen van z’n praktijk. 

Mooi man! Kijken wie er dan nog lacht! (Ik denk helemaal niemand, maar goed!)

Enfin, toch erg dankbaar liep ik even later van de tandarts richting auto, want de kiespijn was volledig weg. Oh maar wacht, m’n gezicht hing ook nog. Ik kon nog geen oordeel vellen dus. Hoe dan ook, op de terugreis in de auto voelde ik het alweer borrelen. Oh god… 

… Ik kon het toilet thuis nog nét halen. De explosie vond plaats daar waar het kon. 

Maar nóg zo’n opmerking van de tandarts en ik had het wel geweten 😉. 

 

  

© Eveline – April 2015

Tandarts-snoep

Afgelopen week was het weer tijd voor het jaarlijkse tandartsbezoek. De oudste druif was heel dapper en ging ietwat nerveus in dé stoel zitten. De tandarts bekeek alles kritisch in haar mond, en kwam tot de conclusie dat het er prima uit zag.

Ze klom uit de stoel en bleef enigszins vertwijfeld naast de tandarts staan. Na enkele seconden taaide ze het af en was ik aan de beurt.

In de auto op de terugweg liet ze ineens weten;

“Ik dacht dat je als kind altijd iets kreeg van de tandarts als je stoer was geweest in de stoel?”

Er ontsnapte mij een grinnik en ik vroeg aan haar;

“Wat had je willen hebben dan?”

Ze dacht even na en antwoordde;

“Ja, een snoepje ofzo?!”

IMG_1988.JPG

© Eveline – September 2014

Afbeelding verkregen via google.nl