Liefde & hoop!

Vandaag deel 4, van mijn persoonlijke verhaal over de vroeggeboorte van onze jongste dochter. (Heb je één of alle drie de delen hiervoor gemist, die je nog wel wil lezen? Voor deel 1; klik hier. Voor deel 2; klik hier en voor deel 3, klik hier.)

—-

Daar lag ze dan, met haar 1,6 kilo. Ze zakte nog terug naar 1,49 kilo. Slapend, in een heel klein doorzichtig kastje. Met een sonde door haar piepkleine neusje. De sonde had er niet meteen vloeiend in gegaan en dus was dat piepkleine neusje een beetje gaan bloeden. En dan ben je nog geen dag oud! Ze had een saturatie kabeltje naar haar teen gaan (als ik het me goed herinner). En een soort knijpertje om haar vinger en paar hart plakkers. We zagen bijna door de kabels het baby’tje niet meer.

Het herstel van de keizersnede liep eigenlijk hartstikke gesmeerd. Echter, te langzaam voor mij. Ik ben nog al een bezig bijtje en daar voel ik me ook het beste bij. Ik kan heus wel eens lekker op m’n reet onderuit gezakt zitten hoor, maar er is een tijd van relaxen, en een tijd van je schouders eronder zetten. Kom op, gaan!!! Vamos! Maar in de eerste dagen na de keizersnede, was er van “Vamos” niet echt sprake. Sowieso kon ik de eerste 24 uur na de keizersnede me amper bewegen. De katheter moest nog in blijven en bij iedere beweging die je maakt, voel je niet alleen de klemmetjes van de “hechtingen” in je buikwond, maar ook nog eens die katheter. Ik weet nog wel dat ik die eerste 24 uur dacht: zo min mogelijk bewegen, dat geeft de minste pijn. Mezelf omhoog trekken aan de bed-papegaai was al een énorme opgave. En het jammere was, ik had kort na de keizersnede, toen de ruggenprik begon uit te werken, morfine gehad, en die hielp ENORM, maar daar werd ik héél erg misselijk van. Zo misselijk dat ik niet eens fatsoenlijk meer naar mijn eigen pasgeboren moppie kon kijken. Ik koos er toen vervolgens zelf voor, om de morfine achter wegen te laten. Dat had als gevolg: heel erg veel pijn! Maar… in ieder geval niet ziek en kon ik wel met een bonkend hart gevuld met liefde en veel hoop, naar ons kindje kijken. En die liefde en hoop hielp ons er door heen.

Onze druif is om iets voor 11 uur ’s avonds geboren. Klokslag 12 uur werd haar grote zus vier jaar en dat vierden wij in het ziekenhuis. Ik weet nog wel dat de kraamsuite gevuld was met (schoon-)ouders, en wat verpleging. En ik zie in een flits nog dat onze oudste dochter allerlei cadeautjes aan het uitpakken was. En het enige wat ik kon denken was: ‘niet bewegen en ogen open houden. Je hebt visite, je kan nu niet in slaap vallen!’.

Ik was die eerste 24 uur na de keizersnede een beetje van het padje af. De dag daarna ging het (in vergelijking met de dag daarvoor dus) ineens stúkken beter. De katheter kon er uit en ik kon zowaar uit bed. Voorovergebogen en met beide handen op de wond (een soort van bid-houding :-P), schuifelde ik naar het toilet. Maar het ging! Ik was uit bed! De dag daarna was overigens weer wat minder. Schijnt een veel voorkomend iets te zijn in de week na de keizersnede; ene dag denk je: woooow, gaat echt goed, en de dag daarna ben je toch weer een stapje terug. Maar al met al ging het na een dag of 5, iedere dag echt beter. Dat ik vijf dagen niet voor nummer 2 naar het toilet heb gekund en dat ik op dag vijf dus opnieuw een bevalling had, laten we in details maar even achter wegen ;-).

Drie dagen na de keizersnede mocht ik eindelijk naar huis. Met gemengde gevoelens natuurlijk, omdat ons frummeltje er nog wel lag, maar…. ik was wel blij. Eindelijk, weer eens thuis. Uiteraard spendeerde ik de dagen overdag alsnog in het ziekenhuis, maar ’s nachts… in eigen bed. Thuis. Heerlijk! Nothing like home.

Ons meisje deed het vanaf dag 1 hartstikke goed. Zoals je hoopt dat een te vroeg geboren baby’tje het doet: zo deed zij het. Maar toch was het dan weer spannend als het hart-alarmpje voor de zoveelste keer af ging. Binnen no time stond de verpleging er dan en ze handelden adequaat. Altijd kwam ons dochtertje zelf uit de hart-dip. Maar jeetje, wat is dat spannend. Echt! Tergend!

Lisa11

Ze heeft uiteindelijk ruim 5 weken in het ziekenhuis gelegen. En van die 5 weken hebben we er minstens 10 rimpels bij gekregen en een hoop grijze haren ;-). Haha! Echter, we hebben altijd goede hoop gehad. En dat maakte het iets makkelijker. Ja, en natuurlijk het feit dat het ook in een stijgende lijn ging. 😀

De borstvoeding kwam moeizaam op gang. Omdat het moppie nog niet zelf kon drinken, maar via sonde haar voeding kreeg, moest ik de borstvoeding op gang brengen (en houden) met een elektrische kolf. Dit ging wel, maar moeizaam. En gepaard met worstelingen. En gedachtes als: ik geef het op! Maar natuurlijk deed ik dat niet. Je geeft, zéker voor je kind, nóóit op. En gelukkig maar, want op een gegeven moment mocht ze wat vaker uit de couveuse, om bij mama te drinken en te “kangeroeën”. En dit ging zo waar op den duur. Ze dronk. Recht uit de borst. Wat een mijlpaal was dat weer. Het gestruggel van weken werd beloond: de borstvoeding ging als een trein en ze dronk zelf! Yes!!!

Lisa13

Op een zondag was het dat ze naar huis mocht. Ze woog… ik geloof… 2,2 kilo. Of was het nou 2,3? Nou ja, enfin; nog steeds een héél licht poppetje… maar ze mocht naar huis. Met ons. Wat waren we blij. Ons kleine wuufke was sterk genoeg om gewoon thuis in haar wiegje te komen liggen.

Lisa12
(Hier traint ze haar longetjes even 😉 ).

En vandaag…. wordt dat kleine moppie…. 4 jaar.

Jeetje! Waar blijft de tijd. Van harte gefeliciteerd schat. Je bent en blijft, ons kleine wijfie, hoe oud je ook bent.

Lisa10

© Eveline – September 2015

Wens, wonder, werkelijkheid. 

Vandaag deel 3, van mijn persoonlijke verhaal over de vroeggeboorte van onze jongste dochter. (Heb je één of allebei de delen hiervoor gemist, die je nog wel wil lezen? Voor deel 1; klik hier, voor deel 2; klik hier!) 

—- 

Al vrij snel na het krijgen van de ruggenprik voelde ik mijn benen niet meer. Er raasde een warme gloed door mijn donder heen. Het deed absoluut geen zeer, maar erg prettig vond ik het ook niet. Het vreemde is; mijn tenen kom ik nog altijd een klein beetje bewegen, toen de gynaecoloog aan de keizersnede begon. AAAHHH!!! Angstig vroeg ik of dat geen kwaad kon, maar ik had m’n zin nog niet af gemaakt of ook mijn tenen waren gevoelloos. 

Een hoop gehannes, getrek en gesjor. Dat is wat je op dat moment van zo’n keizersnede voelt. Niets van pijn, maar je wel voelt wel degelijk dat er iets gebeurt. Onze meid bleek, last minute, in stuitligging te zijn gaan liggen, terwijl de echo van die middag nog het hoofdje naar beneden had laten zien. Op een normale manier bevallen had dus sowieso een bijzonder geval geweest, bleek op dat moment. (En dan te bedenken dat de bevalling van de oudste dochter zo goed als volledig volgens het boekje ging. En nog op de uitgerekende dag ook!)

Voor mijn gevoel waren ze lang bezig, terwijl dat totaal niet zo was. Uit het niets hoorden we de gynaecoloog ineens zeggen;

“Nou, ik krijg haar niet goed vast!”. 

Uhm…. Oe nie?!?! 😳

Mijn man hield mijn hand vast en omdat er een blauw doek voor ons hing, zagen we beiden niet goed “what was going on”. Toen kwam er een;

“Ja, ja, ja!”.

Een mini kavia-kreetje kwam ons ten gehore. Daar was ze dan; onze 2e dochter. Op 33,5 week zwangerschap. Op 14 september om 3 minuten voor 11 ’s avonds. Eén uur en 3 minuten verwijderd van dezelfde verjaardag als haar grote zus.

Met 1,6 kilo schoon aan de haak. Alsjeblieft, dank je wel.

Ze werd schoongemaakt en eigenlijk vrijwel meteen in de couveuse gelegd. Ons kleine drolletje.

Lisa couveuse

We waren blij en intens gelukkig. Maar toch ook wel een beetje bang. Want ze was goed en wel ter wereld gekomen, maar nu…. Zo klein, zo teer, zo kwetsbaar. In de couveuse, aan allerlei slangetjes en toestanden. Hart-monitor. Sonde-voeding. Saturatie-peiling. Onder de blauwe lamp…… De whole package. En ik wilde borstvoeding geven, maar ja; ze was natuurlijk nog veel te zwak om één en ander zelf te doen of op gang te brengen. En dus moest ik met de kolf aan de slag.

En dat niet alleen, maar de herstelperiode van de keizersnede was ook totáál iets anders, dan genezen van een normale bevalling. Van een normale bevalling (die zo goed en zo kwaad als “normaal” verloopt), kun je de dag daarna (of soms diezelfde dag nog) echt je weg al weer vinden. Met een keizersnede is dat nothing what so ever !!!

Maar ze was er! Ons mooie kindje! =)
Wens, wonder, werkelijkheid.

Een couveuse-kindje en herstellen van een keizersnede…. hoe dat ging? Lees het maandag in deel 4.

LisaCouveuse2

© Eveline – September 2015

Larger than life

Vandaag deel 2, van mijn persoonlijke verhaal over de vroeggeboorte van onze jongste dochter. Heb je deel 1 nog niet gelezen? Klik hier.

—-

Geduld, is wat er vanaf toen opgebracht moest worden. De weeënremmers werkten, en ik werd nauwlettend in de gaten gehouden door de artsen en verpleegkundigen. Het geschatte gewicht van ons baby’tje op de dag dat mijn vliezen braken, was niet meer dan 1,1 – 1,2 kilo. Normaal gesproken wanneer je vliezen breken, is het het beste om binnen 24 uur te bevallen. Maar in mijn geval niet perse. Hoe langer de kleine nog binnen de buik zou blijven, hoe beter het voor haar zou zijn. Maar ja, met gebroken vliezen is de kans op infectie heel groot, en dat is gevaarlijk, zowel voor moeder als voor kind. Dus met gebroken vliezen blijven lopen was een risico, maar haar nu al laten komen ook. Impasse. Koorddansen puur sang. 

Dus geduld. Geduld was wat restte. 

De eerste dag dat dit alles begon, raakte ik volledig in paniek. Heel die dag heb ik vol onrust gezeten. Maar vanaf dag 2 was die onrust gek genoeg weg. Ik wist, diep van binnen; dit komt goed. Ik wist niet hoe en/of hoe lang die weg zou zijn, maar wel dat het goed zou komen. 

We hadden allemaal het idee dat wanneer ik van de weeënremmers afgehaald zou worden, dat het spektakel dán zou beginnen. Op dag 3 haalden ze mij van deze remmers af. Kijken wat er zou gebeuren. Een kriebel in mijn buik… Showtime!!!!! Althans…. dat dachten we dus. Niets bleek minder waar! De weeën kwamen wel, maar zachtjes. En af en aan. Er gebeurde niets noemenswaardig. 

Bijna 11 dagen… uuuh ja, jullie lezen het goed; BIJNA ELF DAGEN…. heb ik in het ziekenhuis bed gelegen. Ik mocht er alleen uit voor “een was en een plas”. En dat was het. Vijf keer per dag werd ik getemperatuurd. Drie keer per dag aan het CTG-apparaat. En eenmaal per dag een trombose-prik. 

Beide benen. Beiden blauw. 

Hoewel het als een tergende periode geclassificeerd kan worden, is het verbazingwekkend hoe snel je dan alsnog je weg probeert te vinden. Je maakt er het beste van. Ik kreeg een heuse routine; verpleegkundige-bezoek om half 7. Kattenwas om 7. Ontbijt om half 8. Nieuws, Oprah Winfrey en National Geographic. Artsen-bezoek voor 11en en trombose-prik voor 12. Lunch, tukje, boekje, bezoekje. En kort daarna het avond eten. 

De laatste dag (waarvan we dat natuurlijk op die dag zelf nog niet wisten), kreeg ik de zoveelste echo. De kleine meid lag goed met haar hoofd naar beneden en nog nét genoeg vruchtwater om niet droog te komen te liggen. Mijn vliezen waren dan wel gebroken, maar het lichaam maakt ook nieuw vruchtwater aan. En door de bedrust bleef er genoeg binnen. De gynaecoloog had gezegd; 

“Het gaat goed hoor! Dit kan nog wel een maand duren!”. 

En hoewel je natuurlijk alleen maar het beste wil voor je kind, barstte ik in huilen uit. Ik was het kotsbeu!!! Kut gebroken vliezen (ironische woordkeuze 😋). Kut ziekenhuis. Kut tijdsverspilling. Kut, ALLES! Ik miste mijn gezin. Ik miste de eerste schooldag van onze oudste dochter en zoals het er naar uit zag, zouden we ook haar verjaardag in het ziekenhuis vieren. Bah! 

Heel die verdere dag zitten brullen. Ik zwelgde en werd niet goed van mezelf. 

Kut, mezelf. 

Tot je jezelf vermant en beseft dat ’t helemaal niet om jou gaat. Niet ik-ik-ik. Het is baby-baby-baby. So pull yourself together en ga er voor. WOMAN!!!

Die avond kreeg ik koorts. En pijn onderin mijn rug. Achteraf gezien bleken dit rug-weeën te zijn, maar omdat ik bij de oudste nooit rug-weeën heb ervaren (“louter” buik-weeën), herkende ik dit dus niet. Maar het CTG gaf inderdaad weeën-activiteit aan. En de koorts liep op. Om half 11 ’s avonds concludeerde de gynaecoloog; 

“Ja hoor mevrouw, na bijna 11 dagen, is het nu dan eindelijk zo ver! Echter…. tja.. u heeft wel al ontsluiting, maar vanwege de koorts kunnen we er niet verder op wachten. Het wordt een spoedkeizersnede! NU!”. 

Ik trok wit weg. Ik wilde helemaal geen keizersnede. Want dat zou een ruggenprik betekenen. En dáár scheet ik pas voor in m’n broek !!!! Niet voor bevallen zonder verdoving, maar juist voor een ruggenprik. Maar ja, een keizersnede zonder ruggenprik, is nou ook niet echt een optie 😉. 

Vanaf toen ging het in sneltreinvaart. Het ging zo vlug en het overviel me alsnog zo enorm, dat ik er bijna van moest kotsen. Mijn man was op de valreep op tijd terug in het ziekenhuis. Terwijl hij in een ander kamertje steriele blauwe kleding aan moest doen, werd ik alvast de operatiekamer binnen gerold. 

En het moment waar ik bang voor was kwam… ik moest recht gaan zitten voor de ruggenprik. Slik! Met trillende handjes kwam ik omhoog. De gynaecoloog zag mijn angst, ging voor me staan en zei;

“Wat voor woorden heb je getatoeëerd op je voet? Daar staat toch; ‘Larger than life’? Denk daar dan maar aan. En dan komt dit vanzelf goed!”. 

Wow! Hoe meedenkend!  😀

Ik bolde m’n rug en de anesthesist schoof de ruggenprik daar waar die moest. Ik was er zo bang voor geweest dat het uiteindelijk werkelijk geen drol voorstelde. 

De big deal…. die big deal moest nog komen! 

  
(Mijn man, vlak voor hij de operatiekamer binnen mocht komen. Hij besloot nog een soort van selfie te maken 😄.) 

To be continued. Maandag deel 3. 

© Eveline – September 2015

Intuïtie of angst?

Gisteravond, 4 jaar geleden, zaten mijn man en ik bij vrienden op de bank. De dame van het stel is een hele goede vriendin van me en we kregen het, die bewuste avond, over haar eerste bevalling. Dat was er zo één, die veel te vroeg op gang kwam. Zo één met te vroeg gebroken vliezen. Op 30 weken. Weeënremmers, dágen ziekenhuis en prikken, slangetjes, toeters en bellen. Uiteindelijk werd er een gezonde dochter geboren, op 7 maanden zwangerschap. Allemaal goed gekomen, gelukkig. Maar wat een rollercoaster moet dat zijn geweest. Dacht ik nog! 

Ik was toen ook zo’n 7 maanden zwanger, van ons tweede kindje, en het flitste door mijn hoofd wat ik in zo’n geval zou doen. Hoe voel je je dan? Hoewel ik me er totaal geen beeld van kon vormen op dat moment, kon ik het niet laten te zeggen; 

“Nou, petje af dat jullie er zo goed en sterk door heen zijn gekomen! Niet niks!”. 

Ik liet tevens vallen dat die angst mij vanaf het begin van die betreffende zwangerschap ook bekroop. Zo’n stille angst, maar overduidelijk aanwezig. Zo’n angst die je voelt in je buik. En in je keel. En ik sprak het toen (gisteravond, 4 jaar geleden) voor het eerst hardop uit; 

“Ik heb alsmaar zo’n gevoel voor vroeg-geboorte bij deze kleine!”. 

Maar, zo kwamen we met z’n allen unaniem tot de conclusie; het was onnodig om zo te denken! Alles ging tot dan toe goed en ik was per slot van rekening al wel 32 weken zwanger. Nog slechts een paar weken te gaan en dan zaten we al in de veilige fase. We grapten en grolden en ik moest maar een kurk mee nemen, mocht de boel “breken”. We gingen schaterlachend naar huis (althans, ik dan toch 😄) en ploften vermoeid in bed. Wat was het een leuke avond! En wat vond ik het fijn om mijn angst hardop uitgesproken te hebben. Want meer dan dat was het niet. Geen intuïtie, gewoon een onzinnige angst. 

Ja.

Zo’n 8 uur later werd ik wakker…. Ik voelde iets. Getver…. Had ik nou…. neeee…. in bed geplast? Hè bah, is m’n blaas nu zo verplet door een dansende baby? Heb ik weer! Stiekem kon ik er wel om lachen. Dat wordt Tena Lady’s in slaan, moeders kan d’r plas niet meer ophouden. Wat een seut. 

Stilletjes schoof ik uit bed en waggelde naar de wc. Maar onderweg verloor ik weer vocht… Wel nondejuh! En op de wc…weer, ditmaal wat meer. Een akelig gevoel bekroop me en ik wist het ineens; dit is geen plas, dit is foute boel! Op datzelfde moment trok de oudste dochter (toen nog net 3 jaar), de wc-deur open en vroeg vrolijk wanneer we aan haar taktaties zouden beginnen… Ze was over 1,5 week jarig en de dag daarvoor hadden we allerlei traktatie-gerei in huis gehaald. Ik had met mijn hand op m’n hart beloofd dat we er die dag aan zouden beginnen. 

….. Maar mijn gevoel loog er niet om en ik wist gewoon; als ik nu naar het ziekenhuis bel, begint er een poppenkast. Omdat ik nog niets van weeën had en ook geen paniek wilde zaaien, heb ik oprecht eerst rustig een kopje koffie gezet voor mezelf en wat melk gepakt voor de dochter. En… vervolgens, zijn we met z’n 2-en aan tafel gaan zitten en aan de traktaties begonnen. Gewoon, begonnen. Met zakjes en ballonnen en jojo’s en snoep. 

Ik had inmiddels een dik kraamverband in de onderbroek-tent gedaan (dat had ik gelukkig allemaal al liggen) en verantwoordde mezelf voor mijn niet-gelijk-alarm-slaan, door te denken; eerst even zien of het blijft komen, want ja; misschien is het wel van tijdelijke aard. 

Ik wist dat het niet zo was en dat bleek. Het bleef komen. Na 15 traktaties knutselen, kon ik het niet meer uitstellen; ik belde de verloskundige. En jawel….. We moesten onmiddelijk komen. Daar gingen we…. 

Crap! 

Binnen 10 minuten waren we in het ziekenhuis en lag ik met bevende knietjes en het hart in de keel op een onderzoeksbed. Er werden wat testjes gedaan en al vrij snel kwam het vonnis;

“Ja mevrouw, geen twijfel over mogelijk; uw vliezen zijn gebroken, dit is vruchtwater!”. 

Het was alsof de vaste vloer onder mij vandaan getrokken werd en onmiddelijk barstte ik in hysterisch huilen uit. Ik was echt even niet voor reden vatbaar. Ik werd opgevangen door man en kind en ook de verloskundige sprak bemoedigende woorden. Maar er werd niet lang gekletst. Al vrij snel werd ik opgehaald en moest ik gestrekt op zo’n rijbaar bed. Ik kreeg een vervelende naald in m’n bil. Tijdens het rijden nog wel, van de ene naar de andere kamer. En een infuus in m’n arm. En toeters. En bellen. En weeënremmers. En ik mocht niet meer naar huis. 

Excuse me?!?! Ik mocht wat niet meer? 

Ik mocht… niet meer….naar huis. 

Ik mocht pas weer naar huis als de baby er was. 

De baby! Oh god, de baby. Maar de baby hoorde nog 2 maanden te blijven zitten. What the….?!?! 

Die eerste avond heb ik mezelf in slaap gehuild en gebeden dat het slechts een nare droom was. Een nare droom, naar aanleiding van het gesprek wat ik met mijn vriendinnetje had gehad. Toen ik vervolgens heel vroeg in de ochtend wakker werd van ziekenhuis-geluiden & geur, en door de schemer de draadjes en het infuus nog altijd zag zitten, wist ik dat het voor “het echie” was. Geen droom. Geen onzin. Geen angst voor vroeggeboorte, maar gewoon realiteit. Gewoon, zoals het was. 

Op ongeveer 7 maanden zwangerschap waren mijn vliezen gebroken, op 4 september 2011. 

En ik kon alleen maar denken; hoe nu? Hoe, in hemelsnaam, gaan we dit nu doen? 

  
To be continued…. Morgen deel 2

© Eveline – September 2015