Dagje Gekte, uuuuh, Gent.

Even serieus. Ik heb volgens mij nog nooit zo’n absurdistische dag meegemaakt als afgelopen maandag. De dag dat ik met twee van mijn kinderen op controle moest in het Universitair Ziekenhuis (UZ) in Gent. De oudste (die niet mee hoefde) op school afgezet en met de twee jongste de auto in, on our way to Belgium. Gelukkig had mijn vader de gelegenheid mee te gaan. Dat is toch wel iets handiger als je met twee jonge telgen op verschillende tijdstippen, op diverse controles, onderzoeken & prikken moet: dat er dan iemand bij het andere kind is 😀 (manlief moest werken namelijk).

Enfin, ondanks dat ik de route naar Gent TECHNISCH GEZIEN DAN als de binnenkant van mijn broek zou moeten kennen, stelde ik IN DE PRAKTIJK GEZIEN toch voor de zekerheid mijn Tom Tom maar in. Dat wil zeggen: mijn iPhone navigatie. Ja. Betrouwbaar.

Oké, off we went. Alles ging uitstekend, tót we “UZ GENT” in beeld zagen. En niet eens op een bordje, maar daadwerkelijk vóór ons. In ons gezichtsveld. Het gebouw met daarboven pronkend: UZ GENT.

“Yeah”, klok het door de auto, “We hebben het weer gered”.

De navigatie liet ons weten:

“Neem hier de afslag!”.

Prima, dat deden we. En we bogen zo af naar…. nou ja, ik vermoed richting Warschau, want naar het UZ Gent gingen we in ieder geval niet meer. Wel potverdorie! We hadden het ziekenhuis in het vizier en nota bene gaf de Tom-Tom het ook al aan. WHAT THE ****? Nou ja, en dan rijd je dus ineens midden in Gent. En de navigatie van mijn telefoon liep vervolgens vast, want mijn roaming stond uit en dus kon ‘tie alleen de route weergeven die ik vanuit Nederland had ingevuld. That was it! En voor werkende roaming moet ik bij T-mobile eerst een buitenlandpas aanschaffen en daar heb je sms voor nodig. En die sms geeft mijn overlijdende iPhone alleen nog maar in witte vlakken weer. Dus. Ja. Rijd je daar, in Gent. Totally lost! En mijn vader was louter behulpzame quotes aan het citeren als:

“Nou uuuuh, hadden we al een klote dag gehad!”(~Bert Visscher) 

Plots besefte ik dat de wérkelijke Tom-Tom in het dashboard kastje lag. YES! Plug it in! En dat deden we. We plugden hem in en toetsten UZ Gent in. Wonder boven wonder kwamen we in eens weer op de goede (LEES: DEZELFDE ALS ZOJUIST) snelweg terecht. EN JAWEL… daar zagen we na lang ploeteren, wederom herrijzen vanuit de horizon: UZ GENT. Jippie! Getting there! Ondertussen waren we aan het juichen met z’n vieren en hard aan het klappen en lachen. We “popten” nog net geen champagne. Dat moment was mooi, hou dat vast!

Vervolgens zegt de Tom-Tom dus:

“Neem hier de afslag!”.

Whoooohoooo, yeah…. doen we! Doen we! Doen we! Doen…. well son of a ****! Zelfde afslag als zojuist. Wéér niet goed! Wéér dag, UZ Gent, in mijn achteruitkijkspiegel. Voor de tweede keer. Tot sinas maar weer.

Echt, een normaal mens zou witheet pissig zijn, maar mijn vader en ik kwamen werkelijk NIET meer bij. Echt, ik heb moeten happen naar adem. Weer verkeerd. En ik ben al 320 miljoen keer zonder enige problemen naar UZ Gent gereden, zónder navigatie nota bene. Gebruik je uit enige onzekerheid toch de navigatie… rijd je tot twee keer toe verkeerd! Zwaaiend naar het UZ Gent.

En weer zaten we hartje Gent. Ook goeiemorgen. Ik zweer dat Gentse inwoners ons al begonnen te herkennen. We stelden vast dat we inmiddels zo bekend waren met én in Gent, dat het tijd werd om burgerschap aan te vragen en Belgische belasting te gaan betalen.

Uit wanhoop vervolgens de stekker uit alle vorm van navigatie getrokken en we besloten op eigen wilskracht en inzicht bij het UZ Gent te komen. Nou, ging best goed hoor; 3,5 dag later kwamen we aan. Eindelijk de góede afslag en eindelijk parkeerden we bij…. jawel:

Het UZ te Gent.

Jolly!

Het ene kind was ’s morgens aan de beurt, het andere kind ’s middags. Het is weer eens wat anders hè; ruimschoots 5 uur in een ziekenhuis rond te banjeren. Tussen de middag besloten we een hapje te gaan eten in het bijbehorende restaurant. We stonden met ons dienblaadje netjes in de rij te wachten en zagen allerlei lekkernijen klaargemaakt worden; van vlees tot kip, van frietjes tot aan rijst en ga zo nog maar even door. YUM! Mijn vader was van ons als eerste aan de beurt en kreeg een bord vol voer in z’n handen gedrukt. Hij had nog geen woord kunnen zeggen en het enige wat hij vervolgens nog net wél uit kon piepen was:

“Ik hoef geen groente!”.

De man achter de eet-toonbank griste het bord uit zijn handen en duwde het in die van mij.

“Zo, dan geef ik het aan jou, smakelijk eten hè!”.

Met opgetrokken wenkbrauwen en enige (oprechte!) angst voor de betreffende ober pakte ik het bord vol onbekend eten aan.

En mijn vader kreeg de versie zonder groente. Wat het dan verder precies was, weten we tot op de dag vandaag nog altijd niet.

Terwijl we bij de kassa stonden te wachten, keken we elkaar beduusd aan. What exactally just happend? Zonder enige bestelling dan ook, voer in je handen geduwd krijgen. Maarrrrr… eentje wel, zónder groente. Dus we hadden nog wel íets aan zeggenschap gehad ;-). Het bleek uiteindelijk een heerlijk bord eten te zijn overigens, maar wat een absurdistische bedoeling.

Bij het terug naar huis rijden, regende het pijpenstelen. Het was net een stukje weg waar je maximaal 70 mocht rijden, maar omdat het zo hard regenden sprongen de borden boven de weg aan. Ja, tuurlijk, bedachten wij ons nog… dat wordt wat afremmen met dit afgrijselijke weder. Maar nee hoor. In België gelden andere regels. Is het slecht weer? Joh, lekker harder gaan rijden! Dat bleek namelijk wel toen “90” op alle digitale borden boven de weg pronkten, en zij versloegen dus de borden náást de weg met “70”.

It is safe to say dat mijn vader en ik (bijna) nog nooit zo hard en zo veel gelachen hebben als ons (bijna gezellig te noemen) dagje UZ, te Gent.

Voilà ma vie! 😀

LifeRainDance

© Eveline – Juni 2016

Crap!

Toen ik gisteren de rechterkant van mijn gezicht voelde tintelen, kramp in mijn nek had, en het boven mijn rechter slaap aanvoelde alsof ik in een verhit gevecht verzeild was geraakt en een snoeiharde knal op mijn hoofd had gehad, maakte ik me nog niet één-twee-drie zorgen. Maar toen mijn nek zich zodanig verkrampte dat ik mijn kin niet meer op mijn borst kon leggen, begon ik toch langzaam te twijfelen of ik de dokter niet even moest bellen. Ik was aan het werk en de zaken moesten gewoon afgehandeld worden, like usual. Toen ik het besef kreeg dat het toch eigenlijk echt niet meer ging, was het inmiddels half 6 en tijd om de computer af te sluiten. Ik reed om mijn kindjes, kon daarna nog mooi een vorkje mee prikken bij mijn schoonouders en toen ik daarna thuis aankwam, tolde mijn hele wereld. Letterlijk! Mijn man vroeg wat er in godsnaam aan de hand was, en ik barstte in tranen uit. Met bevende handjes belde ik de huisartsenpost en legde de situatie uit. Ik wist níet wat ik nu weer aan mijn fiets had hangen!!!

Nadat ik mijn klachten had uitgelegd, bemerkte ik dat de assistent die ik aan de lijn had, er ook niet gerust op was! AH CRAP! Het was mijn insteek dat zij zouden zeggen:

“Oh, duidelijk, het is dit of dat. Paracetamolletje en morgen bent u weer helemaal het vrouwtje!”.

In plaats daarvan werd er gevraagd of er een ambulance gestuurd moest worden, ofwel dat ik gereden kon worden naar het ziekenhuis. PER DIRECT! Ik heb maar binnensmonds laten weten dat ik net ook gewoon zelf naar huis was gereden, so what was the problem? Maar dat mocht nu ABSOLUUT niet meer. En dus werd ik gereden. Naar de Hap. Eenmaal daar aangekomen moest ik even wachten om mij aan te melden, omdat er een groepje mensen voor mij in de rij stond. Samen-horend, duidelijk! Eén van de groepsleden had een lichamelijke klacht, maar die klacht speelde al een aantal maanden af en aan (vertelde hij -semi enthousiast-) en hij had nog niet eerder aan de bel getrokken. Toen de assistente hem op vriendelijke manier liet weten dat het wellicht het slimst was om morgen even naar de eigen huisarts te gaan, liet één van de mede-groepsgenoten weten:

“Ze heeft gelijk! Bel nu gelijk eens even je huisarts!”.

Maar ik geloof niet dat dat helemaal de bedoeling was 😉 . Maar het kon me op dat moment ook niks schelen eerlijk gezegd, want ik voelde me alleen maar duizelig en zocht steun bij de muur. Ik was aan de beurt en kon vervolgens meteen door lopen. Echt? Meteen doorlopen? Of nou ja… strompelen dan. Schuifelen! Ze namen mijn klachten zeer serieus en ik wil bij deze even mijn oprechte complimenten geven aan het ziekenhuis hier in Terneuzen!!!! We hebben weleens anders meegemaakt namelijk (en dat staken we toen ook niet onder stoelen of banken) en dus mag het ook gezegd worden dat hun zorg (en alles daarmee samenhangend) nu gewoon SUPER was. En dat was het!

Ik werd goed onderzocht en zelfs meteen doorgestuurd naar de spoedeisende hulp! Daar lag ik; aan kabeltjes, slangetjes en naaldjes. Het enige wat ik dacht was: ‘Ah crap! Ik had me een andere avond voorgesteld!’. Voor een controlfreak is het erg vervelend als je geen “control” meer hebt. Maar enfin! Ik ging ook nog door de scan, om 21.00 uur in de avond (denk dat bij deze mijn eigen risico volledig naar de maan is 😉 ). Moest al mijn piercingen er zelfs voor uit doen. Kortom; ik was even bezig 😛 . Er werd tevens bloed geprikt. Én…. er werd een hart filmpje gemaakt. En dit allemaal, florissant met lijkbleke gezichtsuitdrukking. Maar het kon me verrotten hoe ik er uit zag. Ik voelde me KL*TE en zo zag ik er ook uit.

Maar…. eerlijk is eerlijk: we hadden stiekem ook nog even grote lol. De bekwame SEH-verpleger liet namelijk op een gegeven moment nog geruststellend weten dat:

“Het niet aan het hart-filmpje lag!”.

Uuuuuh… en dat betekent?!? Oké mensen, en luister, we snapten heus dat hij bedoelde dat mijn hart in orde was (jippie!), maar wat hij eigenlijk zei was dat het hartfilmpje op zichzelf prima was. Dus met andere woorden; ik kon ter plekke heus dood gaan aan een hartaanval, maar aan het filmpje zelf had het niet gelegen 😛 . We lachten, in het heetst van de strijd. En dat waardeerde ik.

Dansen in de regen, is dat niet waar deze hele life-trip om draait?

Hoe dan ook…. wat bleek? “Slechts” een migraine-aanval. Gewoon; pure migraine! Nog nooit van mijn hele leven gehad. Mijn moeder kreeg het ook rond haar 33ste voor het eerst. Krijg nou tieten!

Toen ik ’s avonds thuis kwam nam ik (dus) mijn eerste migraine-pil ooit. En warempel; binnen een uur voelde ik de kramp in mijn nek gestaag weg trekken. OH WAT FIJN!!!!!! Halleluja.

Gewoon… migraine! Daar valt mee te leven.

Toch?

Enfin, dus… om die reden vandaag geen blog. Of wacht… dit is een blog! Dit is een blog!  😛  Haha!

Fijn weekend allemaal !! 😀

Migraine

© Eveline – April 2016

Onbegrijpelijk!

Onze jongste dochter (4 jaar) werd gisteren door de vriendelijke verpleging hartelijk ontvangen in het universitair ziekenhuis in Gent. Maanden lang vaak wit zien, alsmede moe zijn gingen hieraan vooraf en na bloedonderzoeken kort geleden, werd duidelijk dat coeliakie (gluten-intolerantie) zeer vermoedelijk de oorzaak is. Biopten van maag en darm moesten dit nog bevestigen en daarvoor werden wij (werd zij!) doorgestuurd naar het UZ in Gent. Gister was dit zover.

Haar liefste knuffel ging mee. Een koffertje met haar pyjama en speelgoedjes én… haar carnavals pruik. Ja! Gewoon, omdat zij dat wilde.

Ze was niet eens zenuwachtig. Mama en papa daarentegen wel! Met haar knuffel in de hand liet ze het narcose-kapje zonder vechten toe. Ocherme! Slaap maar lekker lieverd, straks weer wakker. En zo geschiedde…

12552828_1074177379269586_6509686703178893995_n

Een half later was ze weer in de uitslaapkamer en een uur of vier later liepen we weer samen richting uitgang. Onze jongste dochter vond het ziekenhuis absoluut niet een onaangename ervaring en ze was zelfs erg gecharmeerd van de zusters. Tóch liet ze merken niet helemaal happy te zijn. Toen ik vroeg waarom dat zo was, zei ze laconiek en enigszins teleurgesteld:

“Ik begrijp gewoon niet waarom ik mijn pruik niet op mocht tijdens de operatie. Wat is daar nu het probleem van?”.

12316163_1074929165861074_8510001720401022525_n

Enfin, ondanks dat over een tweetal weken pas de definitieve uitslag is, is zij vandaag toch al met een glutenvrij-dieet begonnen….

Mét pruik op!

© Eveline – Januari 2016

Zelfkennis

Voordat onze jongste telg onder het KNO-mes ging, moesten wij in de week daarvoor nog wel even op een pre-operatief bezoek komen. Informatie over de operatie wordt dan verstrekt en als je vragen hebt, kunnen die daar gesteld worden. 

Dus ik ging daar heen. Zeg maar. Met alle drie de kids. 

-Zucht!- 

Echt, soms zijn onze kinderen welopgevoede engeltjes en soms…. ernstig serieuze duivels in de dop.

Vanaf het moment dat we de kamer van de arts betraden, begon het drietal een soort ogenschijnlijk afgesproken samenzwering. Ze zaten aan dingen waar ze niet aan mochten zitten, spraken door de gesprekken van de arts en mij heen en eigenlijk nog het ergst van al; ze luisterden niet op mijn aandringen daar mee te stoppen! 

Aaaaaahhhh!!!! Shoot me! 😝 

Terwijl de arts (of arts-assistent of verpleegster, hoe dan ook; in ieder geval iemand die mij voorlichting PROBEERDE te geven) haar verhaal deed, waren de kleine apen op hun best. Of slechtst. ‘Tis hoe je het wilt zien! Na iedere zin die ik op normale toon uitsprak naar de arts toe, moest ik een woordje blaffen naar de kinderen. Langste 10 minuten van mijn leven. Serieus, weeën zijn er niks bij! Ik begon bijna mee te puffen. 

Beetje lullig ook toen ik bíjna de toon der intonatie per abuis verwisselde; normale toon tegen die stoute bavianen en blaffen naar de arts. Kon me nog net inhouden. 

In het begin probeerde ik de kinderen een beetje te negeren (want ik weet inmiddels; pick your battle!), maar toen ze de weegschaal begonnen op te tillen en vervolgens het bovenste gedeelte er af schoof en zowat kapot viel, begon de strijd. Het grappige was wél, dat de arts ten alle tijden gewoon door sprak. Ik zag mezelf van links naar rechts vliegen en ondertussen ging de arts gewoon door. Het was bijna satirisch. 

Doodvermoeid liepen we (als in; ik!) de kamer uit en ik excuseerde voor de zojuist gegeven show. Arts zei daar niet veel op. Die was blij dat we weggingen. En terecht! 

In de auto sprak ik ze (vooral de dames natuurlijk) streng toe. Ik vond hun gedrag onacceptabel en hier hingen consequenties aan vast. 

Het was even stil, waarna onze jongste dochter (net 4 jaar) de stilte verbrak door te zeggen; 

“Ja, we waren best stout mam! Hier moeten we gewoon nog aan werken, dit kan zo niet langer!”. 😉 
  
© Eveline – Oktober 2015

Laddertje

Gistermiddag moest mijn vader weer naar de specialist voor zijn oog (heb je gemist waar dit over gaat? Klik hier!). Hij moest naar een ziekenhuis, wat wij noemen: “aan de overkant”. Wij wonen aan het einde van de wereld rechtsaf, maar gelukkig verbindt de Westerscheldetunnel ons nog wel met de rest van Nederland. 😉 Maar enfin, met 1 werkend oog rijden en zelfs fietsen is eigenlijk niet zo’n goed idee, laat staan door een tunnel gaan. En dus, reed ik hem heen en weer naar de overkant.

Eenmaal daar aangekomen was het druppeltje hier, zalfje daar, volg het licht hier, echo-apparaat daar. Ja, ook voor het oog heb je echo-apparaten. Er moest tevens een vloeistof in beide ogen worden gedruppeld waardoor zijn pupillen wagenwijd open gingen staan. Het leek, alsof mijn vader zo van een trance-feestje af kwam en daar iets te enthousiast gefeest had.

Toen we voor het laatste onderzoek van die middag aan het wachten waren, begon mijn vader te praten en ik dácht dat hij zou gaan mededelen dat het toch allemaal wel spannend is, zo met dat oog, die onderzoeken en controles. In plaats daarvan kwam er een autistisch kantje naar boven waarbij hij slechts opmerkte;

“Bah, dat geeft toch altijd hinder in je dagelijkse routine hè; ziekenhuisbezoek. Ik hou van orde en regelmaat en dit verstoort het gigantisch!”.

Nee, kijken met 1 oog dan! 😉

Toen we het ziekenhuis uitliepen was mijn oudste dochter (die dus mee was) luidkeels aan het zingen dat we nog niet naar huis gingen en mijn vader liep rond met grote ogen.

Ze keken ons na! Ik zweer het!

Eenmaal thuis zag ik overigens waarom…

foto (42)

Ja, het was weer een bijzonder middagje ;-).

© Eveline – Juni 2015

Zo gepiept! 

Onze baby-boy vertoefde de afgelopen twee dagen wederom in het universitaire ziekenhuis, hier net over de grens (in België). Dit keer was het een geplande opname en voor gelukkig mindere nood dan de vorige keer, maar desalniettemin een belangrijk bezoek. Er werd een ph-metrie gedaan. Een meting om te kijken hoe het met zijn reflux gesteld is, waar hij toch al zo’n 6,5 maand medicijnen voor krijgt. Gezien hij er pas net 8 maanden is, is dat toch al een geruime tijd van zijn leventje. De grote vraag was; heeft hij die medicatie nog wel nodig?

Het antwoord bleek bevrijdend; neen! Fijn! En ook fijn dat het onderzoek niet voor niets is gedaan. Het steken van die slang, die door zijn neus, keel en slokdarm naar zijn maagje moest, is namelijk misschien wel het meest traumatische wat hij als baby zal meemaken (op de bevalling na dan 😄). Gelukkig onthoudt hij het niet. Ik helaas wel, maar enfin, suck it up! 😉 

Onze tevredenheid over dat ziekenhuis is inmens groot. Fabulous! De communicatie tussen verpleging, artsen en patiënten verloopt niet alleen volkomen soepel en helder, ook de zorg is ongekend. Toen ons zoontje met het slangetje “weg was” (met andere woorden; toen hij er geen erg meer in had dat ‘tie er zat), lekker gegeten had en op punt stond een tukje te gaan doen, reed ik met mijn jongste dochter “even” op en neer. Die was in alle vroegte met ons mee gegaan, terwijl de oudste gewoon naar school moest en papa-lief moest werken. 

Net na het avondeten reed ik weer terug van huis naar Gent, want uiteraard was ik geenszins van plan ons kereltje de nacht daar alleen te laten zijn. Toen ik terug aan kwam was onze baby-boy overduidelijk met één van de zusters aan het flirten. Zit er al vroeg in! Ik pakte hem over en de zuster vervolgde haar weg ook weer. Ik rook “code bruin” en verschoonde zijn pamper. Kort daarna kwam de zuster nog even terug en vertelde over het hoe en wat tijdens mijn afwezigheid. 

“Oh ja, en ik heb zijn pamperke ook nog verschoond!”, liet ze weten. 

Dit had ik gezien. Niet omdat de stront tot aan z’n nek zat ofzo, maar omdat ik zelf die pampers altijd op een specifieke manier vast doe en had gezien dat deze anders zat. Verder niks. Dit zei ik ook met een glimlach tegen haar, en bedoelde er dus echt helemaal niks mee. Ik was juist blij dat hij in de tussentijd nog eens verschoond was. Ik zag haar vervolgens even nadenken en ze vroeg toen; 

“Hoeveel manieren zijn er dan om die pamper vast te doen?”. 

Het was een oprechte vraag. Ze wilde het weten! Toen ik mijn neurotische vorm van een pamper vast doen begon uit te leggen, besefte ik ineens dat er goed kans was dat ze een dwangbuis voor me zou gaan halen. 

We lieten het moment stilletjes passeren en de zuster deed een goede poging daarvoor, door over Max te zeggen; 

“Het is wel een flinke hè?!”. 

Ik lachte en reageerde met; 

“Ja, hij is echt Hollands welvaren!”. 

Wederom keek ze me aan met een blik die zei “Ik ga u zo laten opnemen!”, en ze vroeg; 

“Hoe noemt u dat?”. 

Nou, holla… oh laat maar zitten. Dit gesprek komt nooit meer goed. 

Ondertussen kwam de technische dienst langs omdat het ziekenhuisbedje nog al kraakte en piepte. Hij kwam met wonderolie aan en terwijl hij er aan bezig was liet hij weten; 

“Dan piept hij niet meer zo!”. 

Ik neem aan dat hij het over het bedje had. 

Toen hij klaar was zei ik lachend; 

“Zo, da’s gepiept!”. 

Hij trok een wenkbrauw op en was snel weg. Dus… 😜. 

Gelukkig is ons mannetje weer thuis en hoeft hij voorlopig niet meer terug naar het ziekenhuis. 

En anders… is het hopelijk weer zo gepiept! 😉 

  

© Eveline – April 2015

Het nut van de mondkapjes

Toen ons zoontje net was opgenomen en bleek dat hij buitenom ontstekingen in z’n longetjes, ook besmet was met het RS-virus, werden er meteen maatregelen getroffen; niet alleen het verplegend personeel moest met mondkapjes binnen komen (om besmetting aan andere kindjes te voorkomen), maar ook zijn zussen, puur uit voorzorg.

Ze namen dit serieus en voelden zich erg belangrijk (en vooral hip) met dezelfde mondkapjes als de verpleging.

IMG_6921

Vlak voor het weggaan na het bezoekuur, wilde de oudste nog wel even met hem kroelen. Doet ze vaker. Ze deed (onbewust en goed bedoeld) ineens het mondkapje af en toen gebeurde er dit…

IMG_7180

Tot zover het nut van de mondkapjes 😉.

© Eveline – Februari 2015