Wens, wonder, werkelijkheid. 

Vandaag deel 3, van mijn persoonlijke verhaal over de vroeggeboorte van onze jongste dochter. (Heb je één of allebei de delen hiervoor gemist, die je nog wel wil lezen? Voor deel 1; klik hier, voor deel 2; klik hier!) 

—- 

Al vrij snel na het krijgen van de ruggenprik voelde ik mijn benen niet meer. Er raasde een warme gloed door mijn donder heen. Het deed absoluut geen zeer, maar erg prettig vond ik het ook niet. Het vreemde is; mijn tenen kom ik nog altijd een klein beetje bewegen, toen de gynaecoloog aan de keizersnede begon. AAAHHH!!! Angstig vroeg ik of dat geen kwaad kon, maar ik had m’n zin nog niet af gemaakt of ook mijn tenen waren gevoelloos. 

Een hoop gehannes, getrek en gesjor. Dat is wat je op dat moment van zo’n keizersnede voelt. Niets van pijn, maar je wel voelt wel degelijk dat er iets gebeurt. Onze meid bleek, last minute, in stuitligging te zijn gaan liggen, terwijl de echo van die middag nog het hoofdje naar beneden had laten zien. Op een normale manier bevallen had dus sowieso een bijzonder geval geweest, bleek op dat moment. (En dan te bedenken dat de bevalling van de oudste dochter zo goed als volledig volgens het boekje ging. En nog op de uitgerekende dag ook!)

Voor mijn gevoel waren ze lang bezig, terwijl dat totaal niet zo was. Uit het niets hoorden we de gynaecoloog ineens zeggen;

“Nou, ik krijg haar niet goed vast!”. 

Uhm…. Oe nie?!?! 😳

Mijn man hield mijn hand vast en omdat er een blauw doek voor ons hing, zagen we beiden niet goed “what was going on”. Toen kwam er een;

“Ja, ja, ja!”.

Een mini kavia-kreetje kwam ons ten gehore. Daar was ze dan; onze 2e dochter. Op 33,5 week zwangerschap. Op 14 september om 3 minuten voor 11 ’s avonds. Eén uur en 3 minuten verwijderd van dezelfde verjaardag als haar grote zus.

Met 1,6 kilo schoon aan de haak. Alsjeblieft, dank je wel.

Ze werd schoongemaakt en eigenlijk vrijwel meteen in de couveuse gelegd. Ons kleine drolletje.

Lisa couveuse

We waren blij en intens gelukkig. Maar toch ook wel een beetje bang. Want ze was goed en wel ter wereld gekomen, maar nu…. Zo klein, zo teer, zo kwetsbaar. In de couveuse, aan allerlei slangetjes en toestanden. Hart-monitor. Sonde-voeding. Saturatie-peiling. Onder de blauwe lamp…… De whole package. En ik wilde borstvoeding geven, maar ja; ze was natuurlijk nog veel te zwak om één en ander zelf te doen of op gang te brengen. En dus moest ik met de kolf aan de slag.

En dat niet alleen, maar de herstelperiode van de keizersnede was ook totáál iets anders, dan genezen van een normale bevalling. Van een normale bevalling (die zo goed en zo kwaad als “normaal” verloopt), kun je de dag daarna (of soms diezelfde dag nog) echt je weg al weer vinden. Met een keizersnede is dat nothing what so ever !!!

Maar ze was er! Ons mooie kindje! =)
Wens, wonder, werkelijkheid.

Een couveuse-kindje en herstellen van een keizersnede…. hoe dat ging? Lees het maandag in deel 4.

LisaCouveuse2

© Eveline – September 2015

Larger than life

Vandaag deel 2, van mijn persoonlijke verhaal over de vroeggeboorte van onze jongste dochter. Heb je deel 1 nog niet gelezen? Klik hier.

—-

Geduld, is wat er vanaf toen opgebracht moest worden. De weeënremmers werkten, en ik werd nauwlettend in de gaten gehouden door de artsen en verpleegkundigen. Het geschatte gewicht van ons baby’tje op de dag dat mijn vliezen braken, was niet meer dan 1,1 – 1,2 kilo. Normaal gesproken wanneer je vliezen breken, is het het beste om binnen 24 uur te bevallen. Maar in mijn geval niet perse. Hoe langer de kleine nog binnen de buik zou blijven, hoe beter het voor haar zou zijn. Maar ja, met gebroken vliezen is de kans op infectie heel groot, en dat is gevaarlijk, zowel voor moeder als voor kind. Dus met gebroken vliezen blijven lopen was een risico, maar haar nu al laten komen ook. Impasse. Koorddansen puur sang. 

Dus geduld. Geduld was wat restte. 

De eerste dag dat dit alles begon, raakte ik volledig in paniek. Heel die dag heb ik vol onrust gezeten. Maar vanaf dag 2 was die onrust gek genoeg weg. Ik wist, diep van binnen; dit komt goed. Ik wist niet hoe en/of hoe lang die weg zou zijn, maar wel dat het goed zou komen. 

We hadden allemaal het idee dat wanneer ik van de weeënremmers afgehaald zou worden, dat het spektakel dán zou beginnen. Op dag 3 haalden ze mij van deze remmers af. Kijken wat er zou gebeuren. Een kriebel in mijn buik… Showtime!!!!! Althans…. dat dachten we dus. Niets bleek minder waar! De weeën kwamen wel, maar zachtjes. En af en aan. Er gebeurde niets noemenswaardig. 

Bijna 11 dagen… uuuh ja, jullie lezen het goed; BIJNA ELF DAGEN…. heb ik in het ziekenhuis bed gelegen. Ik mocht er alleen uit voor “een was en een plas”. En dat was het. Vijf keer per dag werd ik getemperatuurd. Drie keer per dag aan het CTG-apparaat. En eenmaal per dag een trombose-prik. 

Beide benen. Beiden blauw. 

Hoewel het als een tergende periode geclassificeerd kan worden, is het verbazingwekkend hoe snel je dan alsnog je weg probeert te vinden. Je maakt er het beste van. Ik kreeg een heuse routine; verpleegkundige-bezoek om half 7. Kattenwas om 7. Ontbijt om half 8. Nieuws, Oprah Winfrey en National Geographic. Artsen-bezoek voor 11en en trombose-prik voor 12. Lunch, tukje, boekje, bezoekje. En kort daarna het avond eten. 

De laatste dag (waarvan we dat natuurlijk op die dag zelf nog niet wisten), kreeg ik de zoveelste echo. De kleine meid lag goed met haar hoofd naar beneden en nog nét genoeg vruchtwater om niet droog te komen te liggen. Mijn vliezen waren dan wel gebroken, maar het lichaam maakt ook nieuw vruchtwater aan. En door de bedrust bleef er genoeg binnen. De gynaecoloog had gezegd; 

“Het gaat goed hoor! Dit kan nog wel een maand duren!”. 

En hoewel je natuurlijk alleen maar het beste wil voor je kind, barstte ik in huilen uit. Ik was het kotsbeu!!! Kut gebroken vliezen (ironische woordkeuze 😋). Kut ziekenhuis. Kut tijdsverspilling. Kut, ALLES! Ik miste mijn gezin. Ik miste de eerste schooldag van onze oudste dochter en zoals het er naar uit zag, zouden we ook haar verjaardag in het ziekenhuis vieren. Bah! 

Heel die verdere dag zitten brullen. Ik zwelgde en werd niet goed van mezelf. 

Kut, mezelf. 

Tot je jezelf vermant en beseft dat ’t helemaal niet om jou gaat. Niet ik-ik-ik. Het is baby-baby-baby. So pull yourself together en ga er voor. WOMAN!!!

Die avond kreeg ik koorts. En pijn onderin mijn rug. Achteraf gezien bleken dit rug-weeën te zijn, maar omdat ik bij de oudste nooit rug-weeën heb ervaren (“louter” buik-weeën), herkende ik dit dus niet. Maar het CTG gaf inderdaad weeën-activiteit aan. En de koorts liep op. Om half 11 ’s avonds concludeerde de gynaecoloog; 

“Ja hoor mevrouw, na bijna 11 dagen, is het nu dan eindelijk zo ver! Echter…. tja.. u heeft wel al ontsluiting, maar vanwege de koorts kunnen we er niet verder op wachten. Het wordt een spoedkeizersnede! NU!”. 

Ik trok wit weg. Ik wilde helemaal geen keizersnede. Want dat zou een ruggenprik betekenen. En dáár scheet ik pas voor in m’n broek !!!! Niet voor bevallen zonder verdoving, maar juist voor een ruggenprik. Maar ja, een keizersnede zonder ruggenprik, is nou ook niet echt een optie 😉. 

Vanaf toen ging het in sneltreinvaart. Het ging zo vlug en het overviel me alsnog zo enorm, dat ik er bijna van moest kotsen. Mijn man was op de valreep op tijd terug in het ziekenhuis. Terwijl hij in een ander kamertje steriele blauwe kleding aan moest doen, werd ik alvast de operatiekamer binnen gerold. 

En het moment waar ik bang voor was kwam… ik moest recht gaan zitten voor de ruggenprik. Slik! Met trillende handjes kwam ik omhoog. De gynaecoloog zag mijn angst, ging voor me staan en zei;

“Wat voor woorden heb je getatoeëerd op je voet? Daar staat toch; ‘Larger than life’? Denk daar dan maar aan. En dan komt dit vanzelf goed!”. 

Wow! Hoe meedenkend!  😀

Ik bolde m’n rug en de anesthesist schoof de ruggenprik daar waar die moest. Ik was er zo bang voor geweest dat het uiteindelijk werkelijk geen drol voorstelde. 

De big deal…. die big deal moest nog komen! 

  
(Mijn man, vlak voor hij de operatiekamer binnen mocht komen. Hij besloot nog een soort van selfie te maken 😄.) 

To be continued. Maandag deel 3. 

© Eveline – September 2015

Tour de Goes

Vol trots kan ik zeggen dat ik toch inmiddels best wel wat van onze aardkloot gezien heb. Ik ben alles behalve wereldvreemd, en ook met mijn autootje ben ik niet bang om overal en nergens naar toe te crossen. Echter… niet zonder Tom Tom. God no! Zonder Tom Tom ben ik een hulpeloos zielepietje met een richtingsgevoel van Jan drol. Werkelijk! 

Gisteren hadden we een babyshower van ons lief vriendinnetje Debbie. In het plaatsje Goes (Zeeland). De enige weg die ik daar ken is de weg naar het station en verder weet ik de Prenatal en de V&D te zitten, maar daar houdt het gewoon mee op. Opper-de-pop. 

Van het organisatie-panel (😉) hadden we afgesproken om eerst bij de locatie (Taart & Tafel) de boel wat te gaan versieren, alvorens iedereen te ontvangen en de zwangere dame in kwestie te verrassen en bij haar schoonouders op te pikken. Ik had mijn auto ergens gezet (herkenningspunt was Tempo team! Tempo team! Tempo team!) en met 300 keer navragen bij mensen, kwam ik lopend vanaf daar op plaats van locatie. Jippie! Terug naar de parkeerplaats zou toch geen probleem moeten zijn. 

Ja. Dat was de “general idea”. 

Terwijl wij (samen met de moeder van Debbie) terug naar mijn auto liepen (of in ieder geval een poging deden) om Debbie op te gaan halen, kwam ik er al vrij vlot achter dat ik langs punten kwam die ik totaal niet herkende. 

“Wacht even… we lopen niet goed!”, liet ik bezorgd weten. 

Op de vraag van hun waar mijn auto dan stond, kreeg ik het langzaam al warm en stamelde;

“T….empo team! Tempo team ja!”. 

Moeders wist gelukkig zo ongeveer waar ik bedoelde. Toch?! We volgden dan ook trouw. Omdat je mij qua richtingsgevoel werkelijk alles wijs kan maken, zag ik geen noodzaak iemand op de hoogte te stellen van eventueel te laat komen. Maar, hoe kan het ook weer anders; het liep anders dan gepland! Of eigenlijk; wij liepen anders dan gepland. Kris kras door Goes en we zagen allerlei prachtige omgevingen en een hoop geparkeerde auto’s… behalve die van mij, noch Tempo Team!

Onderweg kwamen wij welgeteld 1 iemand tegen. Alleen zij sprak Russisch. Met hand-&voet gebaren probeer je dan alsnog wel wat, maar toen ze ons de weg naar Moskou begon uit te leggen, haakten we af. Het was meer dan duidelijk; dit moesten we zelf oplossen. 

Na een half uur lopen toch maar even de vriend van Debbie op de hoogte gesteld van het verdwalende drama. En dit stopte niet na het vinden van de auto. Mijn enige hou vast in de auto (de Tom-Tommie) had géén idee waar wij nou in hemelsnaam naar toe wilden. Bruggen gingen bewust open toen ze ons zagen aan komen en stoplichten hielden er mee op waar wij voor stonden. 

Iedereen mocht rijden, behalve wij. 

Toen we 360 jaar later eindelijk bij de zwangere aankwamen, was die half vergaan van de honger. De staat van ontbinding was nog net niet ingezet, want ja; haar schoonfamilie zat uiteraard ook in het complot en hadden haar dus nog geen lunch gegeven. Ocherme. 

Maar; eind goed al goed gelukkig. Het was een fantastisch middag en de babyshower was goed verzorgd door “Taart en Tafel”. En nog het allerbelangrijkst; Debbie… heeft genoten 💞. 

Enfin, wij van het organisatie-panel hebben een extra tourtje door Goes gehad. Ook wat waard 😁😉. 

 
 © Eveline – Augustus 2015

Mampina!

IMG_2842.JPG

Ook ik hoor bij de “Mampina”-groep. De groep mama’s die hun borsten gebruiken, waar we ze van oorsprong voor gekregen hebben: het voeden van het kind ;-).

Bij welk kamp hoor jij?

Wat mij overigens opvalt is dat er tegenwoordig twee kampen steevast en lijnrecht tegen over elkaar staan. De groep van de flesvoedings-mama’s en de groep van de blote tieten…uuh borstvoedings-mama. Wat ik best jammer vind, want waarom niet in harmonie op 1 lijn? Een mama die geen borstvoeding wil (of kan!) geven, zal ik echt niet veroordelen. Waarom zou ik? Maar dan wil ik op mijn beurt ook niet raar worden aangekeken wanneer ik, beschaafd aan een tafeltje in de hoek van een restaurant, mijn zoon van nog geen 2 maanden oud de borst geef. Niets obsceens, niks bloots bungelend, gewoon; zoals een “flesmoeder” de fles geeft, alleen dan nét iets anders. Maar daar wordt toch nog weleens spastisch op gereageerd merk ik. Jammer! Ik reageer ook niet spastisch wanneer ik een mama haar baby de fles zie geven, en dit terwijl ik zelf volledig achter borstvoeding sta.

Gewaagde foto?

Gisteren heb ik een foto van mezelf en zoontjelief online gezet waarop ik hem borstvoeding geef. Gewoon…om eens te kijken wat de reacties waren. Gelukkig vrijwel allemaal goed. Daarbij kwam kijken dat er ook echt nauwelijks tiet te zien was, maar desalniettemin was ik benieuwd.

Kolven

Deze week ben ik met kolven begonnen. Ik had het steeds uitgesteld en uitgesteld, maar aangezien ik aan mijn laatste 3 weken verlof begonnen ben, werd het nu toch echt zaak om met de kolf aan de slag te gaan. En oké, oké; je voelt je op dat moment wel een beetje een melkfabriek, maarrrrr… wel een zeer goedlopende melkfabriek, met de allerbeste melk én ook nog eens gratis. De “Ons bin zuunig”- goegemeente kan dit toch nooit verkeerd vinden?!

Binnenkort voor de eerste keer met afgekolfde melk het flesje geven. Van mij hoeft het niet hoor, maar ja, het moment is gewoonweg daar.

En… positief gezien; dan kan mijn man er ook eens ’s nachts uit om de baby te voeden.

Of mijn man hier blij mee gaat zijn…. 😉

IMG_2827.JPG

© Eveline – Oktober 2014

Een droomnacht in september

Het was midden in de nacht geweest, rond 3 uur. Slecht weer. Het ziekenhuis-nachtlampje was het enige licht dat we hadden gehad, terwijl we naar elkaar in de donkerte keken. Zij, charismatisch, op een stoel een beetje onder uit gezakt, leunend tegen de vensterbank. Ik in het ziekenhuisbed, aan toeters en bellen.

Het was de nacht voordat de jongste dochter geboren werd. Nog altijd veel te vroeg op 33,5 week, maar we hadden het toch al 11 dagen kunnen rekken, met weeënremmers en een hele hoop geduld.

In zak en as

De dag voor dat de telg haar aankondiging deed, zat ik er helemaal door heen. Al anderhalve week lang aan dat ziekenhuisbed gekluisterd. Al anderhalve week lang, mijn man en (oudste-) dochter iedere dag zonder mij naar huis zien gaan. Iedere dag opnieuw allerlei stomme onderzoeken, echo’s, prikken en nieuwe draadjes gespannen krijgen. Ik was het helemaal zat, die ene dag daarvoor. De lucht bevond zich in grauwe & dreigende staat, en mijn humeur ook. En in de nacht die volgde, sprak ik haar. Dé zuster, slechts een paar jaar ouder dan ik.

In de tien dagen voorafgaand aan die bewuste nacht, had zij enkel de nachtdiensten gedraaid denk ik, want ik had haar niet veel (of zelfs helemaal nog niet) gezien. Maar die nacht zocht ze mij dus op. Ik was moe en verdrietig en zij steunde mij, toen ik dat het hardst nodig had. Midden in de nacht, met woorden alsof we elkaar al járen kenden.

“Besef dat jij de enige bent die er voor je kleintje kan zijn momenteel. Je baby vertrouwt volledig op jou. Jíj bent alles wat ze heeft op dit moment, dus je bent het verplicht aan haar om dapper te blijven!”.

Haar woorden hebben me er bovenop geholpen. Die bewuste septembernacht in 2011.

De geboorte

De ochtend kwam, en de nachtzuster ging. Een goede 16 uur later kwam onze jongste dochter ter wereld. Daar was ze dan!

Ik heb in de maanden daarna nog vaak aan dé nachtzuster gedacht. Ik heb haar nooit meer gezien, gesproken of bedankt en wist ook niet hoe ze heette. Kort geleden dacht ik weer eens aan haar. Hoe zou het háár vergaan met haar wijze woorden en, en… nou ja, gewoon; enzo! Enzo met “mijn” nachtzuster. Met de geboorte van Max vorige maand, heb ik goed gekeken naar al het personeel in het ziekenhuis, maar geen spoor van “de mijne”. Je bent op den duur bijna geneigd om te gaan denken dat je het gedroomd hebt.

Maar ik had het niet gedroomd!

Echt niet!

Toch?

Tóch?!?!?!

Het leven gaat door…

Gistermorgen ging ik voor het eerst naar het zogeheten “borstvoedingscafé” hier in het ziekenhuis. Iedere maandagochtend van 10 tot 12 uur komen in een gezellige ruimte mama’s te samen die allemaal borstvoeding geven. Het is niet alleen erg leuk, maar tevens kunnen de mama’s er ook met hun praktische vragen terecht, bij de lactatiekundige die er standaard bij aanwezig is. Vanmorgen besloot ik ook te gaan.

Ik kwam aangesjouwd met onze kleine knul in de maxicosi en de jongste dochter (net 3 dus) aan de hand. Ik deed de deur open, stapte binnen en…

…. keek zuster aan.

Mijn zuster!!!! De nachtzuster van toen. Die nu als lactatiekundige aanwezig was.

Na 3 jaar kon ik eindelijk bedankt zeggen en dat heb ik dan ook volmondig gedaan. Ik was bijna in staat tot omhelzen, maar kon me nog net beheersen.

En na 3 jaar, kon ik tevens definitief voor mezelf vaststellen…

…dat het toch echt geen droom is geweest… 😉

De droomnacht in september.

IMG_2793.JPG

© Eveline – September 2014

Met je goede gedrag!

In de weken na de bevalling word je overspoeld met bezoek. Leuk & gezellig, maar wel enerverend. Na een week of 4 neemt het lopende-band-bezoek af, maar voorbij is het nog niet. Kleine Max is aankomende week 8 weken oud, en wij krijgen nog altijd kraamvisite.

Zo stond er ook gisteren visite op de kalender. Om 10.00 uur sharp. Twee volwassenen en twee kinderen. Om welgeteld kwart over negen trok ik de koelkast open en kwam tot het besef dat ik niet kraamvisite-ready was. Buitenom koffie en thee, had ik eigenlijk niets meer in huis. Geen frisdranken, de melk was die ochtend bij het ontbijt op gegaan, het laatste pakje appelsap was met de oudste mee naar school gegaan en het beschuit-met-muisjes-gerei was ook nergens meer aanwezig. Vervangende koekjes idem.

Shoot!

Ik kreeg het vervolgens voor elkaar gebokst om hals over kop nog naar de winkel te racen. En da’s een organisatie hoor, met een peuter en een baby waar je rekening mee moet houden. Met mijn haren wild geslagen en het zweet op m’n voorhoofd, wrong ik mijzelf een weg door de supermarkt. Frisdranken, pakjes appelsap-&sinaasappelsap, vruchtensap, melk, beschuit, muisjes, koekjes. Alles!!!! De rest van de boodschappen zou ik ’s middags wel doen. Ik rekende af en snelde naar huis.

Voldaan doch lichtelijk bevend, plofte ik om welgeteld 09.50 uur terug op de bank. I made it! YES!!!! Ik was helemaal bezoek-klaar.

Toen de visite gearriveerd was vroeg ik vol trots wat ze wilden drinken. Kom maar op, dacht ik, ik heb álles in huis.

“Oh, een glaasje kraanwater is prima!”,

“En graag koffie voor mij!”.

Op de vraag of ze beschuit met muisjes wilden;

“Oh nee dank je wel, komen net van het ontbijt af!”

IMG_2698.JPG

© Eveline – September 2014

Afbeelding verkregen via Google.nl

Slagroom!

Ons kleinste telg huilt best veel. Gek genoeg vooral ná z’n voeding! Kijk, dat een kindje vóór zijn voeding huilt, lijkt me logisch; hij kan het namelijk niet zeggen dat hij honger heeft. Maar dat hij gaat (en een tijdje blijft!) krijsen na z’n voeding, begonnen wij zorgwekkend te vinden!

De HAP-huisarts schreef (een kort tijdje geleden) iets voor, wat voor mijn gevoel niet het juiste was. Dit bleek ook wel, want Max ging er alleen maar (meer) van spugen, terwijl het daarvoor voornamelijk “slechts” alleen slikken was, door het huilen heen. Met die medicatie gestopt dus. Toen weer naar de eigen vertrouwde huisarts gegaan. Hij zei (gelukkig!) meteen; naar de kinderarts!

En hier komen wij zojuist vandaan. Zij bevestigde wat wij al dachten; verborgen reflux! Ocherme! Nu hopelijk wél de juiste medicatie voor dit euvel meegekregen.

Zij gaf ook de enigszins (schrale-) troostende woorden mee;

“Dat is ook de reden dat hij ’s nachts nog zoveel wil drinken… Is bijna letterlijk om de boel “te blussen”…!”.

Op een bepaalde manier was dat daadwerkelijk fijn om te horen. Je zou namelijk bijna gaan denken dat je niet genoeg voeding geeft… Ofzoiets dan!

“Nou,” zei de kinderarts, “daar zou ik me maar geen zorgen over maken!”…

… Terwijl ze terug bladerde naar zijn geboortegewicht van 2812 gram, nog maar 1 maand geleden.

Het door mij geschatte gewicht van plus minus 3400 gram had hij niet bereikt.

Wel 3985 !!!! =)

“Het lijkt wel slagroom mevrouw!” 😉

IMG_1930.JPG

© Eveline – September 2014